Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/440

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

trekken. Toen zij door de stad trokken, ried Badres, de aanvoerder van de zeemacht, de stad te nemen, doch Amasis, die van het landleger, wilde niet, want Barce was de eenige Helleensche stad, tegen welke hij afgestuurd was, doch toen zij doorgetrokken en bij den heuvel van Zeus Lycaeus gelegerd waren, berouwde het hun Cyrene niet veroverd te hebben. En zij trachtten wederom er in te komen, doch de Cyrenaeërs duldden dat niet. En de Perzen overviel, hoewel niemand hen bevocht, een groote schrik, en zij vluchtten, en eerst zestig stadiën verder hielden zij stil. En toen het leger daar gekampeerd was, kwam een bode van Aryandes en riep hen terug. De Perzen nu verzochten de Cyrenaeërs hun leeftocht voor den marsch te geven en kregen toestemming, en die dingen ontvangen hebbend, begaven zij zich naar Egypte. Doch daarop wachtten de Libyers hen op, en zij doodden de achtergeblevenen en nakomenden om hun kleederen en uitrusting, totdat genen in Egypte gekomen waren.

204. Dit Perzische leger was als verste punt van Libye tot de Euësperiden gekomen. De Barcaeërs, die zij slaaf hadden gemaakt, dezen voerden zij uit Egypte naar den koning, en koning Darius gaf hun in het Bactrische land een dorp om te bewonen. En zij gaven dit dorp den naam Barce, en nog in mijn tijd was het bewoond in het Bactrische land.

205. Doch ook Pheretime eindigde haar leven niet goed. Want zoodra zij na haar wraakneming op de Barcaeërs uit Libye terug was gekeerd, stierf zij schandelijk. Want levend zwol zij op van de wormen, zooals dan de al te strenge wraaknemingen den toorn der goden verwekken. Zóó dan, en met zulk een geweld, nam Pheretime, Battus' dochter, wraak op de Barcaeërs.