Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/45

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

vrijwillig een man, Lygdamis van naam, die den grootsten ijver toonde, en goud en mannen medebracht.

62. Uit Eretria in het elfde jaar opbrekend kwamen zij terug. En het eerst in Attica bezetten zij Marathon. Toen zij op die plaats kampeerden, kwamen hun aanhangers uit de stad tot hen en anderen uit de buitenwijken stroomden toe, wien de alleenheerschappij liever was dan de vrijheid. Dezen dan verzamelden zich. Maar de Atheners uit de stad, zoolang Pisistratus geld bijeenbracht, en ook naderhand, toen hij Marathon bezette, sloegen geen acht op hem; toen zij evenwel vernamen dat hij uit Marathon tegen de stad optrok, toen rukten zij tegen hem uit. En zij nu gingen met hun gansche macht de terugkeerenden tegemoet, en Pisistratus en de zijnen, toen zij uit Marathon waren opgetrokken tegen de stad, ontmoetten de anderen bij den tempel van de pallenische Athena, en namen tegenover hen hun stelling. Daar kwam, door goddelijken drang gedreven, Amfilytus tot Pisistratus, de Acarnaniër, een ziener, en tot genen tredende zeide hij in zesvoetige wijze het volgende:

Reeds is de koorde geworpen en 't net gespreid in het water;
Gretig zwemt de thonijnschaar er heen in den nacht, daar de maan schijnt.

63. Deze nu voorspelde hem zoo in bezieling, en Pisistratus het orakel begrijpende en zeggende dat hij de spreuk aannam, voerde zijn leger naar voren. De Atheners uit de stad evenwel hadden zich in dien tijd aan het ontbijt begeven, en na het ontbijt waren verscheidenen van hen, sommigen aan de dobbelsteenen, anderen aan het slapen gegaan. Doch Pisistratus en de zijnen overvielen de Atheners en sloegen hen op de vlucht. Toen zij vluchtten, verzon Pisistratus een aller-