want gij staat, naar ik verneem, aan het hoofd van Hellas, u dan noodig ik uit, gehoorzaam aan het orakel, verlangende uw vriend te wezen en bondgenoot zonder list en bedrog." Cresus dan meldde dit door zijn boden, en de Lacedaemoniërs, die zelf ook het antwoord van den god aan Cresus vernomen hadden, verheugden zich in de komst van de Lydiërs, en sloten plechtig een verdrag van vriendschap en bondgenootschap; want ook vroeger reeds waren eenige gunstbewijzen van Cresus hun ten deel gevallen. Want toen de Lacedaemoniërs naar Sardes boden zonden en goud wilden koopen voor het beeld van Apollo, dat nu in het laconische Thornax staat, gaf Cresus hun, wat zij koopen wilden, om niet.
70. Om deze redenen nu namen de Lacedaemoniërs het bondgenootschap aan, en omdat hij, boven alle Hellenen hen stellende, hen tot vrienden gekozen had. En zoowel dan zouden zij gereed zijn zoo hij hen opriep, als maakten zij ook een metalen mengvat, van buiten om den rand vol figuren en in grootte driehonderd amforen inhoudend en zonden dat hem, een tegengeschenk aan Cresus willende geven. Doch dit mengvat kwam niet te Sardes om redenen, die tweeërlei aldus gezegd worden: de Lacedaemoniërs nu zeggen, dat toen het mengvat op weg naar Sardes in de buurt van Samos was gekomen, de Samiërs die het vernomen hadden, met lange schepen aanvoeren en het roofden; de Samiërs zelf echter zeggen, dat de Lacedaemoniërs, die het mengvat brachten, toen zij te laat kwamen en vernamen, dat Sardes veroverd en Cresus gevangen was, het mengvat verkochten in Samos, en dat gewone burgers het kochten en wijdden in den tempel van Hera, en wellicht hadden de verkoopers, in Sparta gekomen, gezegd dat zij beroofd waren geworden door de Samiërs.