Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/53

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

noordewind stroomend, aan den eenen kant de syrische Cappadociërs begrenst, en links de Paphlagoniërs. Zoo snijdt de rivier Halys bijna geheel beneden Azië[1] af, van de zee tegenover Cyprus tot aan de zee Euxinus; dat is de nek[2] van dit geheele land; de lengte van den weg is voor een onbeladen man vijf dagen.

73. Cresus trok tegen dit Cappadocië op om deze redenen: èn uit begeerte naar land, daar hij het wilde verwerven bij zijn eigen gebied, en vooral in vertrouwen op den orakelspreuk en daar hij Cyrus ter wille van Astyages wilde straffen. Want dezen Astyages, Cyaxareszoon, die de zwager was van Cresus, en koning der Meden, had Cyrus, de zoon van Cambyses aan zich onderworpen. Zwager van Cresus was hij op de volgende wijze geworden. Een troep van scythische nomaden was door een oproer in het medische gebied geweken; in dien tijd heerschte over de Meden Cyaxares, zoon van Phraortes, Deioceszoon, die deze Scythen eerst goed ontving, als zijnde smeekelingen, zoodat hij hen hoog stelde, en kinderen aan hen toevertrouwde om hun taal te leeren en de kunst van den boog. Na verloop van tijd echter, terwijl de Scythen steeds op de jacht gingen en altijd wat mede brachten, gebeurde het eens dat zij niets vingen; toen zij dan met ledige handen terugkeerden, bejegende Cyaxares hen (want hij was, zooals hij toonde, heftig van toorn) zeer ruw met smadelijke woorden. Zij echter, na deze behandeling van Cyaxares, daar zij die hunner onwaardig ondergaan hadden, besloten van de knapen, die bij hen leerden, er een te slachten; hem dan toe te bereiden, zooals zij gewoon waren ook het wild

  1. Azië = Klein-Azië.
  2. Nek = landengte. — De afstand wordt door H. te klein opgegeven.