toe te bereiden, en het aan Cyaxares te geven als wild van de jacht, en, als zij het hem gegeven hadden, zich zoo snel mogelijk te begeven naar Alyattes, zoon van Sadyattes te Sardes. Dit geschiedde ook, en Cyaxares en de aanwezige gasten proefden van dat vleesch, en de Scythen werden na deze daad smeekelingen van Alyattes.
74. Daarna, want Alyattes leverde de Scythen aan Cyaxares op diens eisch niet uit, was er oorlog tusschen de Lydiërs en de Meden gedurende vijf jaren, in welke dikwijls de Meden de Lydiërs overwonnen, dikwijls ook de Lydiërs de Meden; ook hielden zij in dien tijd een soort van nachtelijk gevecht, want daar zij den strijd met gelijk geluk voerden, gebeurde het hen in het zesde jaar bij een treffen, dat midden in het gevecht de dag plotseling nacht werd. Deze verandering van den dag had Thales de Milesiër aan de Ioniërs voorspeld, hetzelfde jaar voorzeggende, waarin de verandering ook gebeurde. Maar de Lydiërs en de Meden, toen zij zagen dat het nacht werd in plaats van dag, hielden op met den strijd en beijverden zich van weerszijden nog meer, dat er vrede tusschen hen zou komen. Die hen tot elkander brachten waren Syennesis de Ciliciër en Labynetus[1] de Babyloniër. Deze waren het die het verdrag verhaastten en een uitwisseling van huwelijken tot stand brachten. Want zij beslisten, dat Alyattes zijn dochter Aryenis aan Astyages, den zoon van Cyaxares, zou geven; want zonder krachtigen dwang willen overeenkomsten niet van kracht blijven. De verdragen bezweren die volkeren evenals de Hellenen, en bovendien, nadat zij den arm in den opperhuid gesneden hebben, lekken zij elkanders bloed op.
75. Dezen Astyages nu, zijns moeders vader, had Cy-
- ↑ Deze moet de zelfde wezen als Nebucadnezar.