rus onderworpen om redenen, die ik in het verder verhaal zal aangeven. En dit aan Cyrus ten laste leggend, had Cresus de orakels gezonden, om te vragen, of hij tegen de Perzen zou optrekken, en toen er dan een bedrieglijk antwoord gekomen was, meende hij, dat het antwoord hem gunstig was, en trok hij naar het gebied der Perzen. En toen Cresus gekomen was bij de rivier Halys, toen, zooals ik beweer, bracht hij zijn leger langs de aanwezige bruggen over, doch zooals het gewone verhaal der Hellenen luidt, bracht Thales van Milete het hem aan de overzijde. Want terwijl Cresus in verlegenheid was, hoe zijn leger de rivier zou overtrekken, (want in dien tijd waren die bruggen er nog niet), zegt men dat Thales, die in het kamp was, voor hem de rivier, die links van het leger stroomde, ook rechts heeft doen stroomen, en dat hij dit op de volgende wijze gedaan heeft: vóór aan het kamp beginnende groef hij een diepe gracht, halvemaansvormig ze trekkende, zoodat de rivier het kamp in den rug omvatte, door die gracht uit zijn oude bedding gewend werd, en het kamp voorbijgegaan weder in de oude bedding uitstroomde, zoodat, zoodra zij in tweeën gesplitst was, de rivier aan beide kanten doorwaadbaar werd. Sommigen zeggen ook, dat de oude bedding geheel uitdroogde, maar dat neem ik niet aan, want hoe zouden zij dan op hun terugtocht haar overgetrokken hebben?[1]
76. Cresus, toen hij, met zijn leger overgetrokken, gekomen was in een plaats van Cappadocië, genaamd Pteria, — Pteria is het sterkste punt van dit land en ligt ongeveer bij de stad Sinope aan den Pontus Euxinus —, sloeg daar zijn kamp op, en verwoestte de velden der
- ↑ Het leger is bij deze voorstelling geplaatst met de spits naar het zuiden.