Syriërs. En hij nam de stad der Pteriërs en maakte hen tot slaven; hij nam ook de omliggende plaatsen, en verdreef de Syriërs, die in niets schuldig waren. Cyrus verzamelde zijn leger, en nam alle tusschenwonenden mede, en trok Cresus tegemoet. Vóór dat hij zijn leger deed optrekken, zond hij herauten naar de Ioniërs en trachtte hen van Cresus te doen afvallen. Doch de Ioniërs luisterden niet naar hem, en toen Cyrus aangekomen was en tegenover Cresus zijn kamp had opgeslagen, toen beproefden zij elkander in het pterische land met alle kracht. Na een hevigen strijd, waarin velen van beiden vielen, gingen zij ten slotte, geen van beiden overwinnaars, bij het vallen van den nacht van elkander. En zoo dan dan streden beide legers.
77. Cresus wierp de schuld op het getal van zijn soldaten, want het leger, dat met hem gestreden had, was veel geringer dan dat van Cyrus —, daarop de schuld werpend, trok hij, toen Cyrus den volgenden dag geen aanval beproefde, naar Sardes, van zins zijnde de Egyptenaren volgens het verdrag op te roepen, — want hij had ook met Amasis, den koning van Egypte, een verbond gesloten eerder dan met de Lacedaemoniërs —, ook de Babyloniërs te ontbieden, want ook met dezen had hij een verbond gesloten; en in dien tijd heerschte Labynetus over de Babyloniërs —, en ook aan de Lacedaemoniërs aan te zeggen, dat zij op den afgesproken tijd aanwezig zouden zijn; als hij dezen dan verzameld had en zijn eigen leger bijeengebracht was hij van zins, zonder gebruik van den winter te maken, met de lente tegen de Perzen op te trekken. En hij nu dit van plan zijnde, zond, toen hij te Sardes was gekomen, herauten naar de bondgenootschappen, die hen aanzegden om in de vijfde maand te Sardes bijeen te komen, doch het