Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/60

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

huis terugkeeren en niet blijven als er gestreden werd, om deze reden, dat niet, als de legers er bij waren, de eenen, ziende dat de hunnen overwonnen werden, dezen te hulp zouden komen. Na deze overeenkomst trokken zij weg, en de uitgelezenen van beide zijden bleven alleen en streden. Zij streden met gelijk geluk, tot er van de zeshonderd mannen drie overbleven, van de Argiven, Alcenor en Chromios, van de Lacedaemoniërs Othryades: deze waren overgebleven toen de nacht viel. De beide Argiven nu, meenende overwinnaars te zijn, liepen naar Argos, doch Othryades van de Lacedaemoniërs plunderde de lijken der Argiven, droeg de wapenen naar zijn kamp en bleef op zijn post. Den volgenden dag kwamen beide partijen om den afloop te vernemen. Een tijdlang nu beweerde ieder van hen overwonnen te hebben: de eenen zeiden, dat er meer van hen overgebleven waren; de anderen voerden aan, dat genen waren gevlucht, de hunne daarentegen gebleven was en de lijken der anderen geplunderd had. Eindelijk evenwel kwamen zij van deze twist weder aan het vechten, en nadat van beiden velen gevallen waren, overwonnen de Lacedaemoniërs. De Argiven nu schoren zich sinds dien tijd het hoofd, terwijl zij vroeger het haar moesten laten groeien, en maakten een wet en een verwensching, dat geen der Argiven zijn haar zou laten groeien, noch hun vrouwen gouden sieraden zouden dragen, voor zij Thyrea weder terug gekregen hadden. De Lacedaemoniërs echter maakten de tegenovergestelde wet; want terwijl zij vroeger het haar niet lieten groeien, moesten zij het voortaan doen. De eene overgeblevene van de driehonderd, Othryades, zou, naar men zegt, uit schaamte dat hij naar Sparta zou terugkeeren, terwijl zijn strijdgenooten waren omgekomen, zichzelf daar in Thyrea gedood hebben.