Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/71

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

schappij, deed het volgende. De Meden woonden verspreid in dorpen, en terwijl hij in zijn dorp reeds vroeger gezien was, legde hij zich met nog meer ijver op de rechtvaardigheid toe, en dat deed hij terwijl er over geheel Medië veel wetteloosheid was, wetende, dat onrecht aan recht vijandig is. De Meden uit hetzelfde dorp zijn gedrag ziende, kozen hem tot rechter. En hij nu, daar hij naar de heerschappij streefde, was oprecht en billijk. En zoo handelend kreeg hij geen geringen lof van zijn medebürgers, zóózeer, dat de bewoners van de andere dorpen, vernemend, dat Deioices de eenige man was, die volgens billijkheid rechtsprak, terwijl zij vroeger door onrechtvaardige uitspraken getroffen werden, toen, nadat zij het gehoord hadden, gaarne tot Deioces gingen als zij geschil hadden, en zich eindelijk tot niemand anders wendden.

97. Toen er altijd meer tot hem kwamen, daar zij toch vernamen, dat de beslissingen volgens billijkheid vielen, en Deioces zag, dat alles op hem neerkwam, wilde hij niet meer gaan zitten, waar hij vroeger zat om recht te spreken, en weigerde langer uitspraak te doen; want het was voor hem geen voordeel om zijn eigen zaken te verwaarloozen en den ganschen dag voor anderen recht te spreken. Toen dan veel meer rooverij en wetteloosheid over de dorpen kwam dan er vroeger was, kwamen de Meden bijeen en overlegden, sprekende over den toestand. En naar ik vermoed, waren het vooral de vrienden van Deioces, die zeiden: „niet immers op de tegenwoordige wijze kunnen wij het land bewonen, welaan, laat ons een koning over ons aanstellen, en zoo zal het land tot goede wetten geraken en wij zullen ons tot onze werken wenden, en niet door wetteloosheid uitgedreven worden." Zoo ongeveer sprekende overreedden zij de anderen een koning over zich te kiezen.