98. Toen zij nu terstond de vraag stelden, wien zij koning zouden maken, werd Deioces door een ieder met aandrang voorgesteld en geprezen, totdat zij eindelijk besloten, dat hij hun koning zou zijn. Hij beval hen toen hem een woning te bouwen het koninschap waardig, en hem te beschermen met een lijfwacht van speerdragers. De Meden nu deden dit, want zij bouwden voor hem een groote en versterkte woning, daar waar hij het zelf had aangewezen, en stonden hem toe uit alle Meden speerdragers te kiezen. Toen hij nu de heerschappij had, dwong hij de Meden één stad te bouwen, en deze te versieren, doch op de andere minder te letten. De Meden gehoorzaamden ook hierin, en hij bouwde een groote en sterke vesting, dezelfde die nu Agbatana heet, met ringmuren, staande de een in de ander. Deze sterkte is zoo ingericht, dat de eene ringmuur alleen met de borstwering hooger is dan de andere. En nu helpt ook wel de plaats, die een heuvel is, mede, dat de vesting zoo is, doch nog meer werd zij opzettelijk zoo gemaakt; en terwijl er in het geheel zeven ringmuren zijn, zijn binnen de laatste het paleis en de schatkamer. De grootste dier muren is in grootte zoo ongeveer als de omtrek van Athene. Van den eersten ring zijn de borstweringen wit, van den tweeden zwart, van den derden purperrood, van den vierden blauw, van den vijfden helrood. Zoo zijn de borstweringen van alle muren met kleuren geverfd; doch de laatsten zijn, de eene met verzilverde, de andere met vergulde borstweringen.
99. Deze sterkte dan bouwde Deioces voor zich en om zijn woning, doch het overige volk beval hij rondom de vesting te wonen. Toen nu alles gebouwd was, was Deioces de eerste, die de volgende regeling invoerde: dat niemand bij den koning komen mocht, doch iedereen