Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/73

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zou door middel van boden tot hem spreken en dat de koning door niemand gezien zou worden; bovendien nog dat lachen en spuwen in zijn tegenwoordigheid en voor allen onbetamelijk zou zijn. Met deze dingen verhief hij zich zelven daarom, opdat niet zijn genooten, die met hem opgegroeid waren en van een niet geringer geslacht noch minder in dapperheid waren, als zij hem zagen zich ergeren zouden en hem lagen leggen, doch hij hun een gansch ander mensch zou schijnen te wezen, als zij hem niet zagen.

100. Toen hij die zaken geregeld en zich in de alleenheerschappij bevestigd had, was hij streng in de bewaking van het recht. Men schreef de aanklachten op en zond ze naar binnen tot hem, en hij beoordeelde de ingebrachte klachten en zond ze naar buiten. Zoo deed hij met geschillen, en hij regelde ook nog andere zaken: indien hij vernam, dat iemand onrecht gedaan had, liet hij dezen terstond halen en vonniste hem naar de waarde van ieder misdrijf, en spionnen en luisteraars had hij over het geheele land, waarover hij heerschte.

101. Deioces nu vereenigde alleen het volk der Meden tot één geheel, en heerschte daarover. Er zijn echter zóóvele stammen van Meden: de Busen, de Paretaceniërs de Struchaters, de Arizantiërs, de Budiërs en de Magiërs. Zoovele zijn dan de stammen der Meden.

102. Deioces' zoon was Phraortes, die toen Deioces stierf na drie en vijftig jaar geregeerd te hebben, de regeering overnam. En ze overgenomen hebbend was hij niet tevreden over de Meden alleen te heerschen, doch hij trok op tegen de Perzen en greep dezen aan en maakte hen het eerst aan de Meden onderworpen. Daarna, deze twee volken hebbend en die beiden krachtig, onderwierp hij Azië, van het eene naar het andere volk gaande, totdat