Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/75

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

De Scythen evenwel waren langs dien weg niet ingevallen, doch hadden den hoogeren veel langeren weg genomen, het caucasische gebergte aan de rechterhand hebbend. En de Meden, daar met de Scythen samengetroffen en overwonnen in den strijd, verloren de opperheerschappij, terwijl de Scythen geheel Azië overmeesterden.

105. Van daar trokken zij naar Egypte. En toen zij in het palaestinische Syrië waren gekomen, kwam hun Psammetichus, de koning van Egypte tegemoet, en bewoog hen met geschenken en smeekingen niet verder te trekken. Zij daarop terugkeerend kwamen in de syrische stad Ascalon, en toen de meeste Scythen zonder schade aan te richten voorbij waren gegaan, plunderden enkele weinige achtergeblevenen van hen den tempel der hemelsche Aphrodite. Deze tempel nu is, gelijk ik na onderzoek bevind, de oudste van alle tempels, zoovelen er van die godin zijn. Want ook de tempel in Cyprus komt daar van daan, zooals de Cypriërs zelf beweren, en Pheniciërs uit dat zelfde deel van Syrië hebben dien in Cythera gebouwd. Op die der Scythen nu, die den tempel in Ascalon geplunderd hadden en op al hun nakomelingschap wierp de godin een vrouwelijke ziekte[1]. Daardoor dan zeggen de Scythen, zoowel dat zij de ziekte hebben, als dat zij die het scythische land bezoeken bij hen zien, in welken toestand diegenen zijn, welke de Scythen enarëers noemen.

106. Gedurende achtentwintig jaren nu heerschten de Scythen over Azië, en alles werd door hun ruwheid en zorgeloosheid verwoest. Want van ieder afzonderlijk

  1. Deze ziekte bestond in een algemeene verzwakking en verweeking van het lichaam.