Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/77

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

want uit het droomgezicht hadden de droomuitleggers onder de Magiërs hem aangewezen, dat de spruit van zijn dochter in plaats van hem koning zou zijn. Om dit nu te voorkomen, liet Astyages, toen Cyrus geboren was. Harpagus roepen, een verwante en de meest vertrouwde der Meden en bestuurder van al zijn zaken, en zeide tot hem het volgende: „Harpagus, de zaak, die ik u opdraag, moogt ge geenszins zorgeloos behandelen, noch mij bedriegen, en wil niet, anderen boven mij kiezende, u zelf later in het ongeluk storten. Neem het kind, dat Mandane baarde, breng het naar uw huis en dood het; daarna, begraaf het op welke wijze gij zelf wilt." Hij antwoordde: „ O koning, nimmer nog zaagt ge in dezen man iets verkeerds, en wij dragen zorg ook in de toekomst tegenover u niets te misdrijven. Maar indien dan het u lief is dat dit zoo geschiedt, behoor ik mijn dienst met ijver te bewijzen."

109. Toen Harpagus met deze woorden geantwoord had, en hem het knaapje gegeven was, gehuld in doodsgewaad, ging hij weenend naar zijn woning, en daar gekomen, verhaalde hij aan zijn vrouw al wat Astyages gezegd had. En zij zeide tot hem: „wat hebt ge nu in den zin te doen?" Hij antwoordde: „niet wat Astyages bevolen heeft, niet indien hij van zinnen zal raken en erger razen dan hij nu raast, niet zal ik zijn wensch vervullen, noch in zulk een moord hem helpen. Om vele redenen zal ik het niet dooden, en omdat het kind mij zelf verwant is, en omdat Astyages oud is en kinderloos in manlijk kroost; en indien na zijn dood de heerschappij op die dochter overgaat, wier zoon hij nu doodt door mij, wat blijft dan voor mij over dan het grootste van alle gevaren? Doch voor mijn veiligheid moet het kind sterven, doch dan moet een der Meden van Astyages de