Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/81

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

migen van hen huizen te bouwen, anderen speerdragers te zijn, een van hen maakte hij het oog van den koning[1], aan een ander gaf hij den taak om boodschappen rond te brengen, en zoo droeg hij ieder zijn werk op. Een van die knapen, die mede speelde, een zoon van Artembares, een aanzienlijk man bij de Meden, deze nu had het door Cyrus bevolene niet gedaan, en gene beval aan de andere knapen hem te grijpen, en toen de knapen gehoorzaamden, behandelde Cyrus hem zeer ruw met zweepslagen. Doch zoodra hij losgelaten was, liep hij, daar hij boos was en meer nog, wijl hij wat onwaardigs had ondergaan, liep hij naar de stad en klaagde bij zijn vader over wat hij van Cyrus ondervonden had, niet Cyrus zeggende (want hij had nog niet dien naam), doch van den zoon des herders van Astyages. En Artembares ging terstond naar Astyages en den knaap met zich nemend, verklaarde hij, onbillijke dingen ondervonden te hebben, zeggende: „ O koning, door uw slaaf, den zoon van den herder, zijn wij zóó mishandeld," en hij liet de schouders van den knaap zien.

115. Astyages dit hoorende en ziende, wilde om het aanzien van Artembares den knaap voldoening geven, en ontbood den herder en zijn zoon. Toen zij beiden gekomen waren, zag Astyages naar Cyrus en zeide: „Gij, de zoon van zulk een man, hebt het gewaagd den zoon van hem, die bij mij de eerste is, met zulk een smaad te behandelen? " En hij antwoordde aldus: „ O heer, naar billijkheid heb ik hem dat aangedaan; want de knapen uit het dorp, waarvan hij er ook een is, hebben mij bij het spel tot hun koning aangesteld; want ik scheen hun daarvoor de meest geschikte te zijn. De andere knapen nu deden wat hun bevolen werd, doch deze was onge-

  1. d. i. spion.