Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/82

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

hoorzaam, en lette er niets op, totdat hij zijn straf kreeg. Indien ik daarom nu straf verdien, welnu, hier ben ik."

116. Toen de knaap zoo sprak, herkende Astyages hem plotseling; de uitdrukking van het gelaat scheen hem te gelijken op het zijne en het antwoord te vrijmoedig, en ook het tijdstip van het te vondeling leggen kwam hem voor overeen te komen met den leeftijd van den knaap. Verschrokken door deze dingen, was hij een tijd lang zonder geluid; en met moeite eindelijk weder tot zichzelven gekomen, sprak hij, daar hij Artembares wilde wegzenden, om den herder alleen in gehoor te nemen en te onderzoeken: „ Artembares, ik zal deze zaak zoo maken, dat gij en uw zoon niets te klagen hebt." Artembares dan zendt hij weg, en Cyrus brachten dienaren op bevel van Astyages binnen in het paleis. Toen de herder alleen was overgebleven, vroeg Astyages hem buiten gehoor van anderen, van waar hij den knaap had gekregen, en wie de gever was. Hij zeide dat de knaap uit hem zelven was gesproten en dat de moeder nog bij hem leefde. Astyages zeide hem, dat hij niet verstandig deed, verlangende tot folteringen te geraken, en met dat hij dit zeide, gaf hij aan zijn speerdragers bevel hem te grijpen. En gene naar den pijnbank gebracht, openbaarde op die wijze dan de geheele zaak. Begonnen bij het begin verhaalde hij alles, naar waarheid sprekend, en kwam eindelijk tot smeekingen en bad Astyages hem vergiffenis te schenken.

117. Doch toen de herder de waarheid geopenbaard had, sloeg Astyages reeds minder acht op hem, doch zeer verbitterd op Harpagus beval hij zijn speerdragers dien te ontbieden. Toen Harpagus bij hem gekomen was, vroeg Astyages hem: „Harpagus, op welke wijze dan hebt ge het kind gedood, dat ik als spruit van mijn dochter u