Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/88

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zult ge weten, denk ik, wat met u zelf geschiedde, en wat ik van Astyages ondervonden heb, daar ik u niet had gedood, doch aan den herder gegeven. Gij dus, indien ge mij volgen wilt, — waar Astyages over heerscht, over dat gansche land zult gij heerschen. Want overreed de Perzen tot afval en trek op tegen de Meden. En indien ik door Astyages tot veldheer word gekozen tegenover u, dan geschiedt wat gij wilt, en ook, indien een ander van de voorname Meden. Want terstond zullen zij van hem afvallen en op uw hand komen, en trachten Astyages ten val te brengen. Daar nu de zaak hier gereed is, doe het, en doe het snel."

125. Cyrus dit vernomen hebbend overwoog, op welke wijze hij het slimst de Perzen tot afval zou brengen, en bij overweging bevond hij dit het meest geschikt te wezen, en hij deed het dan. Hij schreef in een brief, wat hij nuttig vond, en riep de Perzen bijeen; toen vouwde hij den brief open, las hem en zeide, dat Astyages hem tot veldheer van de Perzen benoemd had. „En nu," zeide hij verder, „beveel ik u op te komen ieder met een sikkel." Cyrus dan beval dit. Er zijn veel stammen van de Perzen, en een deel van hen bracht Cyrus bijeen en overreedde hen van de Meden af te vallen; deze zijn, — en van hen hangen alle andere Perzen af —, de Pasargaden, de Marafiërs, de Maspiërs; van dezen zijn de Pasargaden de aanzienlijksten, waartoe ook het geslacht der Achaemeniden behoort, van hetwelk de perzische koningen afstammen. Andere Perzen zijn dezen: de Panthialaeërs, de Derusiaeërs, de Germaniërs; deze allen zijn landbouwers, doch de anderen zwervend: de Daiërs, de Marden, de Dropiciërs en de Sagartiërs.

126. Toen nu allen met het bevolene gekomen waren, toen beval Cyrus hen — want er was een doornachtige