Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/91

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

daar hij om dat maal de Meden slaven had gemaakt; want indien het noodzakelijk was het koningschap aan een ander over te dragen en niet het zelf te behouden, dan was het billijker geweest aan een der Meden dat geluk te gunnen, dan aan een Pers. Want nu waren de Meden, die gansch geen schuld daaraan hadden, slaven geworden in plaats van heerschers; de Perzen daarentegen, voorheen slaven van de Meden, thans meesters.

130. Astyages dan hield zoo op te regeeren, na een koningschap van vijf en twintig jaren, doch de Meden moesten door zijn strengheid voor de Perzen bukken, nadat zij over het boven de Halys gelegene Azië honderd endertigjaren op twee na geregeerd hadden, behalve zooveel de Scythen heerschten. Naderhand berouwde hun hun daad, en zij stonden op onder Darius; doch bij dien opstand werden zij weder onderworpen, overwonnen in den strijd. Doch toen in den tijd van Astyages opgestaan tegen de Meden, heerschten de Perzen en Cyrus sinds dien tijd over Azië. Aan Astyages deed Cyrus verder geen leed en hij hield hem bij zich, tot hij stierf. Cyrus dan, zóó geboren en opgevoed, werd koning, en naderhand onderwierp hij Cresus, die den strijd begonnen was, zooals ik vroeger verhaald heb. En toen hij dezen onderworpen had, heerschte hij zoo over geheel Azië.

131. De Perzen leven naar mijn weten onder de volgende gebruiken. Godenbeelden, tempels en altaren op te richten is geen zede bij hen; ja zelfs die dat doen, noemen zij dwaas, omdat, naar ik gis, zij niet zooals de Hellenen de goden van menschlijke gestalte achtten. Zij hebben de gewoonte om, op de hoogste bergen geklommen, aan Zeus offers te brengen, den ganschen kring des hemels Zeus noemend. Zij offeren aan de zon en de