Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/93

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

weinig hoofdgerechten, doch veel toegerechten, en die niet tegelijk doch na elkaar, en daarom zeggen de Perzen, dat de Hellenen hongerig met eten ophouden, daar bij hen na den maaltijd niets stevigs meer wordt voorgezet, maar als wat werd voorgezet, zouden zij niet ophouden met eten. Aan den wijn zijn zij sterk overgegeven, en het staat hun niet vrij te braken, noch te wateren in iemands tegenwoordigheid. Dit wordt nu zoo in acht genomen, doch zij plegen in dronkenschap over de belangrijkste zaken te beraadslagen; wat zij dan besloten hebben, dat legt hun den volgenden dag, als zij nuchter zijn, de gastheer weder voor, in wiens huis zij beraadslagen, en indien het hun ook in nuchterheid goed dunkt, nemen zij het aan; indien het niet goed lijkt, laten zij het varen. En wat zij eerst in nuchterheid hebben overlegd, daarover beslissen zij nog eens als zij dronken zijn.

134. Als zij elkander op den weg tegenkomen, kan men hieruit opmaken, of zij gelijk van stand zijn: want in plaats van elkander te begroeten kussen zij elkaar op den mond, en is een van beiden een weinig geringer, dan kussen zij op de wangen, maar indien de een veel minder van geboorte is, dan valt hij neer voor den ander en knielt. Zij eeren die, welke het dichtst bij hen wonen, na zichzelven boven allen; dan, die verder wonen, en zoo gaan zij verder en eeren naar verhouding. Het minst houden zij, die het verst van hen wonen, in eere, meenende, dat zij zelf verreweg in alles de voortreffelijkste menschen zijn, en dat de anderen in de gezegde verhouding aan die voortreflijkheid deel hebben, en dat die het verst van hen wonen de slechtste zijn. Toen de Meden heerschten, heerschte ook het eene volk over het andere, doch de Meden over allen te samen en vooral over hun naaste naburen, dezen weder over hun grensgenooten,