en die weder over de hunne.. En volgens die verhouding bewijzen de Perzen eer; want ook in die zelfde verhouding had het volk der Meden macht en toezicht.
135. Vreemde zeden nemen de Perzen het spoedigst van alle menschen aan; zelfs het gewaad van de Meden dragen zij, dit schooner vindend dan hun eigen dracht, en in den oorlog de egyptische pantsers. En ook alle genietingen, als zij ze kennen leeren, beoefenen zij, en zoo dan ook gebruiken zij knapen, van de Hellenen dit geleerd hebbend. Zij huwen ieder van hen vele wettige vrouwen en hebben ook nog veel meer bijwijven.
136. Voor manlijkheid geldt het, na de dapperheid in den strijd, als iemand veel kinderen kan aanwijzen; die er het meeste aanwijst, aan dien zendt de koning ieder jaar geschenken. Want menigte wordt als kracht beschouwd. Zij voeden hun kinderen, van hun vijfde tot hun twintigste jaar, in drie dingen slechts op: paardrijden en boogschieten en waarheid spreken. Voor hij vijf jaar oud is geworden, komt hij zijn vader niet onder de oogen, doch leeft geheel bij de vrouwen. Dit wordt daarom zoo gedaan, opdat indien de knaap als klein kind sterft, hij geen verdriet aan zijn vader zal veroorzaken.
137. Ik nu prijs deze zede, en ik prijs ook deze, dat noch om een enkel misdrijf de koning zelf iemand doodt, noch iemand van de andere Perzen om een enkel misdrijf een van zijn slaven onheelbaar kwaad toebrengt; doch hij overweegt, en indien hij bevindt dat de misdrijven meer en grooter zijn dan de diensten, dan volgt hij zijn toorn. Niemand nog heeft, naar zij zeggen, zijn eigen vader of moeder gedood, maar zooveel gevallen van dien aard geschied heeten te zijn, die zouden noodzakelijker wijze bij onderzoek gebleken zijn, zeggen zij, of door ondergeschoven kinderen verricht te wezen of door kinderen van