Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/56

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 48 )

wezen) ene onverſchilligheid tusſchen Man en Vrouw geboren; men leert zich van tijd tot tijd beter kennen; de harten zijn niet, gelijk men zegt, op denzelfden toon geſtemd of voor elkaêr berekend; men leeft hoe langer te meer yan elkanderen verwijderd; geen vriendlijk woord word 'er meer tusſchen beiden gewisſeld; men ſpreekt bijna altijd grauwende op enen gebiedenden toon, en zelden gaat 'er één dag voorbij, waaröp niet gekeven word, of enige onäangenaamheden voorvallen. De Man begeeft zich 's morgens vroeg aan zijnen arbeid, en verlaat zijne Echtgenote geheel onverſchillig; hij keert op den middag weder naar huis, en na den maaltijd, welke dikwerf ſpraakloos gehouden word, gaat hij weder geheel onverſchillig van zijne Vrouw, welke intusſchen hare huislijke bezigheden te verrigten heeft, en veeltijds als ene ſlavin moet arbeiden, aan zijn werk; 's avonds t' huis komende, en ziende, dat zijne Vrouw haren arbeid nog niet volbragt heeft; of keert hij eens, naar de gedachten zijner wederhelft, wat te laat weder, dan valt 'er gewoonlijk ene knorpartij voor. De Avondmaaltijd word op dezelfde wijze als het Middagmaal gehouden, en men begeeft

zich-