Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/80

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 72 )

men; 2. aan de dagelijkſche beſlommeringen waarin zij onöphoudenlijk verkeren. Zij hebben zo veel met hunne eigene zaken te doen, dat zij om niets anders denken, zich om niets anders bekommeren. Het is hun onverſchillig, hoe het met anderen gaat, wen zij maar hunne eigene zaken kunnen in orde houden, en hunnen eigenen ſtaat en omſtandigheden kunnen verbeteren. – Ik voeg hier, ten opzigte mijner Landsgenoten, ja van het gansch Menschdom, dezen hartlijken wensch, welken ik geheel den mijnen maak, bij: "Kom Vriendſchap, zoete, lieflijke, Godlijke Vriendſchap, en beziel het geſlacht der Menſchen zo zal het geſlacht der Menſchen gelukkig zijn[1]!"

De Waarheid, dat is: ene ware opregtheid in onze woorden, word in de Meiërij weinig op prijs geſteld, en dit word alleen veröorzaakt, omdat die Leerſtukken onder de Roomſchen, vooräl in dit Land, heerſchen, dat ene leugen, om best wil, gelijk men ze noemt, altijd en in alle omſtandigheden geöorlofd is; en ook – dat men enen Ketter geen geloof

be-

  1. M – . Ene Hand vol Menſchenvreugde, Bl. 102.