Naar inhoud springen

Pagina:Het Communistisch Manifest - vert. Herman Gorter (1904).pdf/16

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de anarchisten erkend meesterschap ontworpen. Voor de eindelijke overwinning der in het manifest opgebouwde stellingen verliet Marx zich enkel en alleen op de intellectueele ontwikkeling der arbeidersklasse, zooals zij uit de gemeenschappelijke actie en uit de discussie noodzakelijk moest voortkomen. De gebeurtenissen en het afwisselend geluk in den strijd tegen het kapitaal, de nederlagen nog meer dan de overwinningen, konden niet anders, dan den strijdenden het onvoldoende hunner tot nog toe aangenomen middelen-tegen-alle-ziekten duidelijk maken, en hunne hoofden ontvankelijker maken voor een grondig inzicht in de ware voorwaarden der arbeidersbevrijding. En Marx had gelijk. De arbeidersklasse van 1874, bij het tenietgaan der Internationale, was eene geheel andere dan die van 1864, bij hare stichting, geweest was. Het Proudhonisme in de Romaansche landen, het specifieke Lassalleanisme in Duitschland, waren aan het uitsterven, en zelfs de toenmalige aartsconservatieve Engelsche Trades-Unions gingen langzamerhand het punt tegemoet, waarop in 1887 de president van hun congres, te Swansea, in hun naam kon zeggen: „Het socialisme van het vasteland heeft zijn verschrikkingen voor ons verloren.” Het socialisme van het vasteland, dat was evenwel reeds in 1887 bijna nog slechts de theorie, die in het manifest wordt verkondigd. En zoo weerspiegelt de geschiedenis van het manifest tot op zekere hoogte de geschiedenis der moderne arbeidersbeweging sinds 1848. Tegenwoordig is het ongetwijfeld het meest verbreide, het internationaalste product der geheele socialistische litteratuur, het gemeenschappelijk program van vele millioenen van arbeiders aller landen van Siberië tot Californië.

En toch, toen het verscheen, hadden wij het niet een socialistisch manifest mogen noemen. Onder socialisten verstond men in 1847 tweëerlei soort van lieden. Eensdeels de aanhangers der verschillende utopische stelsels, in ’t bijzonder de Owenisten in Engeland en de Fourieristen in Frankrijk, die beide reeds toenmaals tot niets dan, langzaam uitstervende, secten waren verschrompeld. Anderdeels de veelsoortigste sociale kwakzalvers, die met hunne verschillende geneesmiddelen voor alle kwalen en met iedere soort van lapwerk de maatschappelijke misstanden wilden doen verdwijnen, zonder het kapitaal of het profijt in het minst pijn te doen. In beide gevallen: lieden, die buiten de arbeidersbeweging stonden, en die veeleer ondersteuning zochten bij de „beschaafde” klassen. Dat gedeelte der arbeiders daarentegen