Naar inhoud springen

Pagina:Het Communistisch Manifest - vert. Herman Gorter (1904).pdf/17

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

X

dat, van het onvoldoende van alle politieke omwentelingen overtuigd, een grondige omvorming der maatschappij eischte, dat gedeelte noemde zich toenmaals communistisch. Het was een slechts in het ruw gewerkt, slechts instinctief, menigmaal ietwat grof communisme, maar het was machtig genoeg, om twee stelsels van het utopisch communisme voort te brengen, in Frankrijk het „Icarische” van Cabet, in Duitschland dat van Weitling.

Socialisme beteekende in 1847 een bourgeoisbeweging, communisme eene arbeidersbeweging. Het socialisme was, op het vaste land ten minste, geschikt voor de salon; het communisme precies het tegendeel. En daar wij reeds toenmaals zeer beslist van meening waren, dat „de bevrijding der arbeiders het werk der arbeidersklasse zelve zijn moet”, zoo konden wij geen oogenblik in twijfel zijn, welken der twee namen te kiezen. Ook sinds dien is het ons nooit ingevallen, hem af te wijzen.

„Proletariërs aller landen, vereenigt u!” Slechts weinige stemmen antwoordden, toen wij deze woorden de wereld in riepen, nu voor 42 jaren, aan den vooravond der eerste Parijsche revolutie, waarin het proletariaat met eigen eischen te voorschijn trad. Maar op den 28en September 1864 vereenigden zich proletariërs der meeste West-Europeesche landen tot de Internationale Arbeiders-Associatie, roemvoller gedachtenis. De Internationale zelve leefde weliswaar maar negen jaren. Maar dat de door haar gegronde eeuwige bond der proletariërs aller landen nog leeft, en krachtiger leeft dan ooit, daarvoor bestaat geen beter getuige dan juist de dag van heden. Want heden, nu ik deze regels schrijf, houdt het Europeesche en Amerikaansche proletariaat wapenschouwing over zijne voor de eerste maal mobiel gemaakte strijdkrachten, mobiel gemaakt als één leger, onder één vlag en voor één naast doel: den reeds door het congres van Genève der Internationale van 1866, en wederom door het Parijsche arbeiderscongres van 1889 geproclameerden, wettelijk vast te stellen, achturigen normalen arbeidsdag. En het schouwspel van den huidigen dag zal den kapitalisten en grondbezitters van alle landen de oogen er voor openen, dat heden de proletariërs aller landen in der daad vereenigd zijn.

Stond Marx nog maar naast mij, om dit met eigen oogen te zien.

Londen, op den eersten Mei 1890. F. Engels.