4
Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildemeester en gezel, kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens bedekten dan weer open strijd, een strijd, die ieder keer eindigde met een revolutionaire vervorming van de geheele maatschappij of met den gemeenschappelijken ondergang van de strijdende klassen.
In de vroegere tijdperken der geschiedenis vinden wij bijna overal een volledige verdeeling der maatschappij in verschillende standen, een veelvoudigen trap van maatschappelijke rangen. In het oude Rome hebben wij patriciërs, ridders, plebejers, slaven; in de middeleeuwen leenheeren, vazallen, gildemeesters, gezellen, lijfeigenen en bovendien in bijna ieder van deze klassen weder bijzondere afdeelingen.
De uit den ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen moderne burgerlijke maatschappij heeft de klassentegenstellingen niet opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden van onderdrukking, nieuwe vormen van den strijd in de plaats van de oude gesteld.
Ons tijdvak, het tijdvak der bourgeoisie, steekt evenwel hierdoor uit, dat het de klassentegenstellingen vereenvoudigd heeft. De geheele maatschappij splitst zich meer en meer in twee groote vijandelijke kampen, in twee groote lijnrecht tegenover elkaar staande klassen: bourgeoisie en proletariaat.
Uit de lijfeigenen der middeleeuwen zijn de poorters der eerste steden voortgekomen; uit deze poorterschap hebben zich de eerste elementen der bourgeoisie ontwikkeld.
De ontdekking van Amerika, de omzeiling van Afrika, schiepen voor de opkomende bourgeoisie een nieuw terrein. De Oost-Indische en Chineesche markt, de kolonisatie van Amerika, de ruilhandel met de koloniën, de vermeerdering der ruilmiddelen en der goederen in het algemeen gaven aan den handel, aan de scheepvaart, aan de industrie een onge-
het gemeenschappelijk eigendom van den grond in Rusland ontdekt. Maurer heeft het aangetoond als den maatschappelijken grondslag, waarvan alle Duitsche stammen historisch uitgingen, en langzamerhand vond men, dat dorpsgemeenten met gemeenschappelijk grondbezit de oervorm der maatschappij waren van Indië tot Ierland. Eindelijk werd de inwendige organisatie dezer oorspronkelijke communistische maatschappij in haar typischen vorm blootgelegd door Morgan’s alles bekronende ontdekking van den waren aard der gens en van haar plaats in den stam. Met de vernietiging dezer oorspronkelijke gemeenebesten begint de splitsing der maatschappij in bijzondere en eindelijk tegenover elkaar staande klassen.