Pagina:Het Esperanto.pdf/12

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 12 —

het niet duren of het zou ook overal zijne macht doen gevoelen.

Klaagt men reeds niet genoeg dat dezen die hier in Vlaanderen de Fransche werken verspreiden, landverraders zijn, die medewerken aan het verbasteren van onze Moedertaal en onze voorvaderlijke zeden!.... En zijn die slimme vooruitstrevers niet aan 't afbreken van wat, door menige eeuwen edel streven tot stand kwam!... Is zulks niet te betreuren door elk rechtschapen onverbasterde Vlaming!... En loopen wij geen gevaar die taalkundige woelgeesten alles wat ons duurbaar is te zien omver werpen!... Velen echter denken zoover niet.... en 't is te betreuren!

Nu genoeg daarvan.

Men begrijpt gemakkelijk dat er in elke natie nog deftige burgers te vinden zijn, die houden aan hun onafhankelijk bestaan! De taal is het volk! Verbaster zijne taal, gij verbastert zijne zeden, gij verbreekt zijnen aard, gij verkoopt het aan den vreemde, wiens taal gij aanneemt!... Met recht roept men: Schande aan zulke verraders! Zulks wil niet beduiden dat men geene vreemde talen mag oefenen, wel zeker neen! het is zelfs eene noodzakelijkheid, doch men geve slechts aan vreemden wat aan vreemden toekomt..... en men sta hun nooit het meesterschap af!!...

Daarbij al de bestaande talen, zelfs de eenvoudigste, zijn te moeilijk ofwel door hunne uitspraak, ofwel door hunne ingewikkelde spraakregels.

Er valt dus niet aan te denken eene levende taal met die algemeene wereldoverheersching te vereeren.

A fortiori of des te meer kunnen die aanmerkin-