Pagina:Het Esperanto.pdf/14

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 14 —

 

III


De Kunsttalen.—Volapük.


Het is—denkt de heer Moch—priester Sotos Ochando, die de reeks eigentlijke kunsttalen geopend heeft; ten minste zijn werk schijnt het eerste van dat slag te zijn.

Het verscheen te Madrid in 't jaar 1860, onder titel: «Dictionnario de lengua universal.»

Het is een eerste werk, uitgegeven vóór alle ondervinding, en nogtans niet zonder verdiensten; maar het is te kunstig samengesteld en zijn stelsel zou met veel meer moeite geleerd worden, dan onze natuurlijke talen, hetgeen veel gezegd is.

Omtrent den zelfden tijd verscheen over dit vraagstuk een onderzoek van C. Letellier.

Maar het was priester Schleyer (1885), die de eerste ernstige studie uitgaf, iets dat waarlijk van belang en in alle punten volledig was. Die kunsttaal heeft nogtans niet gelukt, en zal niet lukken.

Moet men den slechten uitslag toewijden aan de rol, die het Volapük in de wereld spelen wilde?

Zekerlijk neen; maar aan het ontbreken der vereischten, om een waar algemeen spraakmiddel tot stand te doen komen. Deze zijn—gelijk wij reeds gezegd hebben—eene goede beredeneering, eene ware eenvoudigheid, eene groote buigzaamheid: zonder dewelke eene taal niet gemakkelijk kan toegepast worden noch in korten tijd geleerd.

Nu, de naam der taal zelve, Volapük, is voor de