Pagina:Het Esperanto.pdf/21

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 21 —

 

IV

 

Het Esperanto.

 

1° ALGEMEENE BESCHOUWINGEN.

 

Veelvuldig zijn de pogingen, die tot nu toe gedaan werden, om aan eene wederlandsche taal te geraken.

Ongelukkiglijk de dagbladschrijvers—die niet nauw zien—noemen ieder uitgegeven schrift, dat zich dien naam toeeigent, algemeene taal; van zijnen kant, het volk, zonder die nieuwstijding van zijn dagblad te onderzoeken, is het eens om er mede uit te roepen: «Wat! nog eene wereldtaal! Er zullen er welhaast zooveel zijn als natuurtalen!»

Hierin vergist men zich. Er zijn inderdaad maar twee stelsels die, volmaakt tot alles gereed en na ervaring, aangeboden werden. Wat de andere voortbrengsels aangaat, die in verscheidene tijden onder den naam van algemeene taal het licht zagen, het zijn maar beschouwende en bespiegelende ontwerpen, en het meeste deel van hen kunnen maar aanzien worden als een ruw ontwerp, als eene schets, eene beschrijving van te doene werken, om aan de oplossing van de vraag te komen.

Geven wij er een bewijs van:

La Revue encyclopédique, van 13 November 1897—gij ziet dat het van gister is—onder hoofding «De Gedachten» geeft lucht aan het volgende voorstel:

Algemeene taal.—Het nut eener algemeene taal