Pagina:Het Esperanto.pdf/5

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 5 —

geslotene vereeniging der verschillende takken van den eenigen stam van het menschdom ernstig te doen vermoeden.


* * *


Toen Tolstoï in het begin van 't jaar 1894 over de wereldtaal ondervraagd werd, antwoordde hij het volgende:

«Dat de menschen streven om maar ééne familie uit te maken, die door liefde en wijsheid geleid wordt; en, malkander verstaan is ongetwijfeld het beste middel om in dat streven te gelukken.

»Ik heb altijd gedacht dat de taalkennis de christelijkste der wetenschappen is, de kennis, die ons toelaat met een ontelbaar getal menschen in verstandhouding te zijn en in onderhandeling te treden. Ik heb maar al te dikwijls lieden gezien, die malkander vijandig waren, omdat zij het middel niet hadden malkander te verstaan.

»Alzoo zou de opkomst van eene wereldtaal zekerlijk een christen werk zijn, die de komst van Gods rijk, het bijzonderste en eenigste doel van 's menschen leven, zou bevoorderen.»

Wat men ook denken kunne, over het godsdienstig oogpunt, waaruit Tolstoï in zijne gevolgtrekkingen ons vraagstuk beschouwt, zeker is het, dat zijne eerste stellingen eene ware en volstrekte weerde hebben.

Maar sedert lang hebben geleerde mannen de voordeelen van eene wederlandsche taal aangeduid.

Frans Bacon, Blasius Pascal, Renatus Descartes,