4
I
27. Salja 28. Baladéwa 29. Kresna 30. Abimanjoe 31. Aswatama 32. Djajadrata 33. Batara Endra 34. Satyaki 35. Boerisrawa 36. Kretawarma 37. Parikesit
Tegenover blz. 347
358
360
368
371
373
398
408
431
439
442
AFZONDERLIJKE PLATEN IN ZWART
Tegenover het titelblad. Een wajang-koelit voorstelling (schaduwen van de poppen) . Tegenover blz. 1 idem (opstelling) 3 Hanoman in verschillende afbeeldingen 4 Wajangfiguren op Bali 24. Goenoengan 26 Een wajang-koelit voorstelling (opstelling v.d. gamelan) ... Gamelan-Instrumenten. Soeling. Rebab. Bonang. Bonang paneroes. Tusschen blz. 28 en 29 Kendang. Saron Gambang. Gendér. Gendèr paneroes. Ketjèr. 30 31 Tjelempoeng. Demoeng. Kenong Gong gedé. Gong soewoekan. Kern poel. 32 33 Kemong. Keioek. Gong kemodong. Bedoeg . )• Het bespelen van de kamanak. Tegenover blz. 36 Kamanak (voor- en zij-aanzicht). Tusschen blz. 104 en 105 Afbeelding van Javaansche wapens 202 „ 203 De Rama-reliefs op de Prambanan-tempelgroep >> 204 „ 205 De Rama-reliefs op de Panataran-tempelgroep .
III.
ii
AFBEELDINGEN TUSSCHEN DEN TEKST.
Tafereelen.
Dèwi Sri en vorst Maswapati van Wirata Batara Wisnoe bedwingt den stier Bagaspati met Narasoma voor Dèwi Poedjawati Nederdaling van Hjang Wisnoe en Hjang Basoeki
blz 162 236 248 258