Pagina:Het Swervende Portret.pdf/11

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


H E T

S W E R V E N D E

P O R T R E T.

K L U G T S P E L.



E E R S T E B E D R Y F.
E E R S T E  T O O N E E L

 

J O O S T.

WAt benne dat ook raare dieven.
Die Vreyers, met haar Minne-brieven,
Daar heb ik weer van Ferdinand,
Een Minnebriefje in myn hand,
Om dat Mejuffrouw, Izabelle,
Heel aardig zelfs ter hand te stellen,
Dat niemand deezer handel merkt.
Nu nog myn Hartje ee s gesterkt.
En dan, bedogt hoe ik 't zal maaken.
Dat zy best aan de brief mag raaken,
'K dien wel te weezen heel verkleed,
Dat niemand 'er een zier van weet.
Wat speeld die Ferdinand, al kluchten,
Wat komt hy dikmaal by me zugten

 
Die