toepasselijk op kinderen, die getrouw de dagschool bezoeken.
Art. 5. Overtreding van art. 1 wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 gl. en met gevangenisstraf van 1 tot 3 dagen, tezamen of afzonderlijk. Bij herhaling van overtreding binnen zes maanden wordt altijd gevangenisstraf toegepast.
Art. 6. (Overgangsbepaling). Het verbod van art. 1 is gedurende het eerste jaar na het in werking treden dezer verordening slechts van toepassing op kinderen beneden 10 jaar en gedurende het daaropvolgend jaar slechts op kinderen beneden 11 jaar.
De Fransche Regeering heeft den heer J. G. Jäger te Amsterdam benoemd tot »officier de l’Académie”; de versierselen dezer onderscheiding zijn hem te Turijn door den député, den heer Henri de Lionville, vertegenwoordiger van Frankrijk, tijdens het congrès d’hygiène overhandigd.
Uit goede bron vernemen wij, dat de alhier gehouden wordende tentoonstelling in de Gothische Zalen, betreffende de Geschiedenis van het Vorstenhuis Oranje-Nassau enz. definitief op 30 September a. s. gesloten wordt. Een ieder die deze belangrijke verzameling van schilderijen, gravuren, kunstvoorwerpen enz. enz. nog niet heeft gezien, raden wij aan alsnog een bezoek te brengen.
Reeds hebben wij gemeld, dat de Kleedermakers-Vereeniging »De Ster” alhier een tooneelvoorstelling zal geven, geheel ten voordeele van de nagelaten betrekkingen van twee hier ter stede ongelukkig om het leven gekomen werklieden. Thans bericht men, dat die voorstelling Woensdag den 29n dezer in de Hoogduitsche Schouwburgzaal plaats zal hebben. Reeds hebben enkelen voor milde bijdragen op de lijsten geteekend, welk goed voorbeeld zeker door velen zal worden gevolgd.
Sedert Zaterdag zijn alhier in de verschillende groote hotels 513 logés aangekomen, makende sedert de opening van het badseizoen een totaal van 16 877 logés alleen hier ter stede.
In de fabriek van de firma Enthoven en Co. had hedenmorgen een werkman het ongeluk onder een plaat pletijzer te geraken, waardoor hij zulke kwetsuren bekwam, dat geneeskundige hulp moest worden ingeroepen. De man werd vervolgens naar zijn woning vervoerd.
In de Trompstraat werd heden in den voornacht een brand ontdekt ten huize van den heer v. O., mr. spekslager no. 148 aldaar. Hoewel de bewoners afwezig bleken te zijn, wist men in huis te komen en de vlammen te blusschen. Reeds was vrij wat schade aangericht. Toen de bewoners te huis kwamen, werden zij met het gebeurde in kennis gesteld.
Hedenmorgen 6 uur bluschte de brandweer een schoorsteenbrand in de v. d. Duynstraat door het aanwenden van eenige brandbluschkardoezen.
Op den spoorweg tusschen hier en Gouda is gisterenavond op de rails in de nabijheid van Zevenhuizen een goed gekleed persoon dood gevonden. Men vermoedt, dat hij onder het rijden uit den trein is gesprongen en zich toen met een pistoolschot op de rails van het leven heeft beroofd. In zijn reiskoffertje bevond zich een niet onbelangrijk bedrag aan contant geld.
De heer Ph. Buschhammer, student in de rechtsgeleerdheid, alhier, heeft aan de Regeering ten behoeve van het rijksarchief tal van belangrijke stukken ten geschenke aangeboden, o. a.: Brief van Cornelis De Witt, geschreven door zijn schoonvader Stavenisse, dato Middelburg 1669. Kopij van het testament van den kolonel Cromwell en de vrouwe Barbara Browne, dato l9 December 1642 (perkament). Brief van A. Van Starkenborg aan Const. Huygens, Coevorden 21 Maart 1646. Brief van Christiaan Otterus aan Const. Huyghens, ridder, heer van Zuylichem. Stukken betreffende de familie van den Kerckhoven. Brief van le comte de Seinsheim, ambassadeur in ’s Hage, 1764, en een Brief van J. C. J. Van Speyk aan zijn nicht, 19 December 1830 (facc.).
De zestiende collectelijst van de »Standaard” brengt het totaal van 480 locale comités op f 73 079,51. Onder de nagekomen giften komt Den Haag voor met f 140,90.
De Nederlandsche Handelmaatschappij heeft als plaats voor de door haar op te richten Centraal suiker-fabriek in Suriname gekozen de plantage Marienburg, aan den rechteroever der Commewijne, niet ver van de Suriname en nabij het fort Nieuw-Amsterdam. Binnen een jaar hoopt men deze fabriek te kunnen voltooien.
(A. Ct.)
Om Nederlandsch vee naar Duitschland uit te voeren, wordt thans het bewijs gevorderd, dat de bestemde dieren in de laatste 6 maanden niet in de provincie Zuid-Holland of in een plaats geweest zijn, waar in een omtrek van 20 Km. de longziekte heerscht of in genoemden tijd geheerscht heeft.
In de vierde te Rotterdam gehouden algemeene vergadering van het »Pensioen-verbond” waren 23 afgevaardigden uit 16 afdeelingen tegenwoordig.
Voornamelijk was de vergadering gewijd aan de bespreking van een voorstel der afdeeling Middelburg, de strekking hebbende, »dat het hoofdbestuur zich wende tot de Regeering met verzoek, in verband met het rapport der Staatscommissie, ten spoedigste zoodanige maatregelen voor te stellen, dat door vervorming van het algemeen burgerlijk pensioenfonds, met instandhouding der tegenwoordige korting en een doorloopende matige bijdrage der ambtenaren, voorzien worde in het lot der weduwen en weezen van de burgerlijke ambtenaren.”
Bij monde van den heer J. W. Hagers bracht het hoofdbestuur op dit voorstal, als geheel afwijkende van het beginsel der Vereeniging, een ongunstig advies uit. Niettemin werd besloten het voorstel van Middelburg, door den heer Meylink namens die afdeeling verdedigd, in beginsel te behandelen. Aan de langdurige discussie, welke toen volgde, werd deelgenomen door de heeren Van Eck, uit Leiden, prof. Henket van Delft, mr. Bergsma, lid van het bestuur, mr. F. J. A. Fles, uit Amsterdam, De Ceva, inspecteur der belastingen van Noord-Brabant, Kraijenhoff, Koning van Delfshaven, Meijs uit Meppel en den Voorzitter, W. C. P. Toe Water. Het slot der discussie was de aanneming, bij acclamatie van een voorstel des heeren Fles, hiertoe strekkende, »dat het bestuur zich wende tot de Regeering, met verzoek — in verband met het rapport der Staatscommissie, waarvan de conclusie luidt dat er geen afdoende maatregelen te nemen zijn zonder diep ingrijpende wijziging van de voorwaarden, waarop aan burgerlijke ambtenaren pensioen wordt verleend — ten spoedigste zoodanige maatregelen te nemen, dat voorzien worde in het lot der weduwen en weezen van burgerlijke ambtenaren.”
Na eenige gedachtenwisseling over de heffing van een nieuwe contributie, werd besloten, daartoe vooralsnog niet over te gaan.
Op voorstel van den heer Krayenhoff werd een som van f 25 uit de algemeene kas beschikbaar gesteld voor de verspreiding van een onlangs verschenen vlugschrift: »Waarom”, waarin op verdienstelijke wijze de zaak van het pensioenverbond opnieuw wordt bepleit.
Bij acclamatie werd, op voorstel van mr. Fles, het bestuur van de afd. Rotterdam voor een jaar herkozen als hoofdbeduur. De volgende algemeene vergadering zal gehouden worden te ’s-Hertogenbosch.
Het »N. v. d. D.” meldt, dat de vennootschap »Het Rotterdamsch Nieuwsblad” ontbonden is en dat de zaak wordt voortgezet door de hh. A. W. Sijthoff en C. G. Frentzen. De heer W. J. N. Landré, totdusver hoofdredacteur, is den 10n Sept. als zoodanig afgetreden.
Voor de betrekkingen van huismeester en huismeesteres in het geneeskundig gesticht voor krankzinnigen te Delft hebben zich niet minder dan 342 paren als sollicitanten aangemeld.
Voor eenigen tijd werd door den heer Henri A. A. Drabbe, goudsmid en kunsthaarwerker te Delft, aan Z. K. H. Alexander der Nederlanden, Prins van Oranje een haarwerk aangeboden, ontworpen ter eere van wijlen H. M. Koningin Sophia en wijlen den Kroonprins. De portretten der beide vorstelijke personen, welke in dit tableau zijn voorgesteld, zijn te Parijs op porselein gebracht. Met genoegen mogen wij thans vermelden, dat het den Prins heeft behaagd den heer Drabbe tot zijn hofleverancier te benoemen. In een schrijven, dat het brevet vergezelt, wordt aan den heer Drabbe ’s Prinsen »bijzondere dank gebracht voor de aanbieding van zijn hoogst artistieken arbeid.”
(Delft. Crt.)
B. en W. van Amsterdam hebben bij den Gemeenteraad aldaar een voordracht ingediend tot wijziging van het pensioenreglement.
Door de moeder en de zuster van een werkman in dienst der gemeente, die op 12 Juli ll. is overleden ten gevolge van een ongeluk, hem bij de uitoefening zijner functiën overkomen, is namelijk aanvraag gedaan om in het genot te worden gesteld van pensioen. Ofschoon B. en W. wel gezind zouden zijn aan dit verzoek, althans voor zooveel de moeder betreft, te voldoen, zien zij zich evenwel daarin verhinderd door art. 3 van het bestaande pensioenreglement, inhoudende, dat in zoodanig geval alleen aan de weduwen en kinderen van ambtenaren pensioen kan worden toegekend.
Zij meenen intusschen, dat dezelfde gronden, die er bestaan om bij overlijden des kostwinners aan weduwen en kinderen pensioen te verleenen, bij het ontbreken van dezen ook ten gunste van ouders kunnen worden aangevoerd.
Zij stellen daarom voor art. 3 van het reglement voor het verleenen van pensioenen en wachtgelden aan gemeente-ambtenaren te lezen als volgt:
»Pensioen wordt verleend aan weduwe of kinderen van de ambtenaren, bedoeld in art. 2, litt. c., wanneer dezen bij dat ongeluk zijn omgekomen, of ten gevolge der wonden of gebreken, daardoor ontstaan, binnen een jaar na het bekomen daarvan zijn overleden. Indien de overleden ambtenaar geen weduwe of kinderen heeft nagelaten, kan mede pensioen worden verleend aan zijn ouders, voor zooverre blijkt, dat hij daarvan de kostwinner was.”
Zij stellen verder voor te bepalen, dat de bedoelde wijziging zal worden toegepast op de moeder van den Op 12 Juli ll. overleden werkman in dienst der gemeente, Jacob Kuiper.
Zondag is de heer F. Domela Nieuwenhuis alhier als spreker opgetreden in de afdeeling Amsterdam van de sociaal-democratische vereeniging. Hij trok tegen de bezittende klasse te velde in ’t belang van het proletariaat en gaf de middelen aan om de ontberende massa in haar rechten te herstellen en aan de onderdrukking der kapitalisten te doen ontkomen. Twee andere sprekers, de heeren Sterke en Schröder, voerden na hem nog ’t woord; de eerste over de concurrentie en ’t lot van vele kantoorbedienden, de laatste tot bepleiting van het algemeen stemrecht. De vergadering was vrij talrijk bezocht.
Den 10n Sept. is te Dortmund plotseling overleden P. Leendertz WZn., Doopsgezind predikant te Medemblik. De overledene was gunstig bekend door zijn onderzoekingen op geschiedkundig gebied. Ook in »de Gids” en »De Letteroefeningen” werden een aantal artikels van zijn hand opgenomen. Door zijn beminnelijk karakter had de heer Leendertz zich vele vrienden verworven.
De Gemeenteraad van Deventer besloot gisteren 1o. op hun daartoe gedaan verzoek aan den heer A. Ter Meulen en echtgenoote tegen 1 Mei 1881 eervol_ontslag te verleenen als vader en moeder van het burger-weeshuis en kinderhuis, en met het oog op de uitstekende wijze, waarop zij zich tegen een matig honorarium gedurende ruim 25 jaren van hun taak gekweten hebben, een jaarlijksch pensioen te verleenen van f 300 voor beide, of na overlijden van een hunner à f 150; 2o. aan dr. Büchner, op zijn daartoe gedaan verzoek, eervol ontslag te verleenen tegen 1o. November a. s. als gemeentearts, onder dankbetuiging voor de vele en gewichtige diensten der gemeente in die betrekking bewezen.
De inkomsten en uitgaven der gemeente Groningen zijn voor 1881 geraamd op f 1 540 462.
De betrekking van brievengaarder te Noordwolde (Friesland) is opgedragen aan mej. G. Van Oordt, te Sambeek, nabij Boxmeer. Er waren minstens 30 sollicitanten.
Omtrent de zaak van notaris De Haan meldt het »Utr. Dbl.” nog het volgende: Er is een schuldbekentenis, eenige duizenden groot, voor den dag gekomen ten laste van een zeer geacht ingezetene uit Scherpenzeel (Weststellingwerf). Hoewel de handteekening van den persoon er onder staat, zegt hij er niets van te weten. De justitie, die zich natuurlijk de zaak aangetrokken heeft, zal het antwoord op dit raadsel zeker wel weten te vinden.
In de week van 5—11 Sept. zijn te Leeuwarden 32 nieuwe gevallen van mazelen aangegeven. Sterfgevallen ten gevolge der ziekte kwamen er niet voor.
Op de vijfde algemeene vergadering der Vereeniging voor lijkverbranding te Nijmegen waren tegenwoordig de hoofdbestuurders: L. J. Egeling, M. F. A. G. Campbell, D. De Loos, W. Bergsma, en Johs. Hooykaas Herderschee en als afgevaardigden uit Rotterdam, van hier, Leiden, Nijmegen, Schiedam en Zaandam de heeren: J. H. Snelleman, J. E. De Vrij, Th. M. Mac Gillavry, J. A. Koopmans, N. Van Erpecum en L. Binkhorst. Bij de behandeling van de verschillende vraagpunten werd een voorstel der afd. »Leiden” om de contributie belangrijk te verminderen verworpen. Ten slotte werden tot leden van het hoofdbestuur gekozen de hh.: Corn. De Groot, A. Beaujon, J. E. De Vrij, C. J. Vaillant, H. B. Van Tets, W. W. Van Lennep, J. A. Koopmans, J. B. Kan, W. F. Buchner en B. A. Pekelharing.
De Gemeenteraad van Tiel heeft afwijzend beschikt op een verzoek van de heeren Crans en Co. alhier, om een bijdrage van f 500 in de voorloopige kosten van opneming voor den stoomtramweg van daar naar Kuilenburg.
Tot leden in het bestuur van het waterschap »de Boven-Mark”, welk waterschap zich uitstrekt van Breda tot de Belgische grenzen, zijn benoemd de heeren mr. A. H. De Bruijn te Ginneken, tevens voorzitter, P. Jordens te Ginneken, tevens secretaris-penningmeester; C. Vermeeren te Rijsbergen, Chr. Verheijen te Baarle-Nassau, A. Bastiaansen te Chaam, J. F. Maassen en H. Swagemakers te Ginneken en W. J. Hoevenaars te Gilze.
Op Donderdag 23 September e. k zal de najaarsvergadering der Vereeniging van Burgemeesters en Secretarissen in Zuid- en Noord-Beveland in de sociëteit »Eensgezindheid” te Goes worden gehouden. Onder de te behandelen vraagstukken komen o. a. de volgende voor:
Mag aan gemeente-ambtenaren, in hun instructie, verboden worden, hun gedachten en gevoelens over gemeente-zaken door de drukpers te openbaren? Over dit vraagstuk is een advies door den heer H. J. De Raad toegezegd.
Kan de secretaris eener gemeente, beneden de 5000 zielen, ook burgemeester zijn eener andere, doch niet aangrenzende gemeente beneden de 5000 zielen? Met andere woorden: hoe moet art. 3 der gemeentewet daaromtrent worden uitgelegd? De adviseur, de heer jhr. M. J. De Marees van Swinderen, is van oordeel, dat, welke vereeniging van betrekkingen, naar aanleiding van art. 3 gemaakt wordt, het steeds een vereischte is, dat a. de gemeenten aan elkander grenzen en b. geene boven de 5000 zielen telt, of het totaal-cijfer der ingezetenen dat van 10 000 niet overschrijdt.
Kan door een plaatselijke verordening den burgemeester het recht ontnomen worden om bevelen aan de brandmeesters en spuitgasten te geven? De adviseur, de heer J. Van Damme Cz., komt tot de conclusie dat het opperbevel bij brand, wat betreft de buitengewone dienstregeling, aan den burgemeester niet kan ontnomen worden.
Welk politietoezicht op woningen kan bij plaatselijke verordeningen worden voorgeschreven? De adviseur, de heer H. J. G. Hartman, is van gevoelen dat het bedoelde politietoezicht is te verdeelen in maatregelen; a. in het belang van den gezondheidstoestand; b. ter voorkoming van ongelukken; c. ter bevordering van den welstand; d. ter handhaving der voorschriften. Bij alle verordeningen dienen echter in het oog gehouden te worden de bepalingen van art. 625 B. W. en art. 153 Grondw. en moet het Kon. besluit van l7 Jan. 1852 (Stbl. no. 7) niet veronachtzaamd worden.
De Raad van Blaricum heeft tot gemeente-secretaris benoemd den heer J. J. Munnikhuizen, te Huizen.
Behoudens goedkeuring van Ged. St. van Utrecht is de borgtocht voor den nieuwen penningmeester van het waterschap Polsbroek vastgesteld op de som van f 8000. Op de voordracht voor de vacante betrekking van secretaris-penningmeester voor dat waterschap zijn geplaatst de heeren P. De Jong en G. Lekkerkerker Wz.
De sterfte onder de kleine kinderen is te Middelburg buitengewoon groot. In de afgeloopen week stierven er 20 beneden het jaar oud.
De adj.-onderofficier bij het reg. grenadiers en jagers, J. Lovis, benoemd tot concierge der Polytechnische school te Delft, zal 1 Oct. zijn functie aanvaarden.
Vóor eenigen tijd schoot, zooals men weet, een hulponderwijzer te Eerbeek op zijn meisje en wondde hij haar. Thans wordt gemeld, dat zij goed vooruitgaat en weldra geheel hersteld zal zijn. Wel zit de kogel nog in de borst, maar de geneesheer geeft de hoop, dat die later zonder gevaar verwijderd zal kunnen worden.
Gisteren heeft te Amsterdam de opstijging van den luchtballon wegens het ongunstige weder niet plaats gehad; waarschijnlijk zal de ballon thans a.s. Maandag opgaan. Weder hebben zich een aantal passagiers aangemeld om het tochtje door de wolken mede te maken, o. a. ook een jonge dame.
Gisterennacht, halféen, werd te IJmuiden een zware rook en brandlucht ontdekt in het hotel »Willem Barendz”. De brandweer was spoedig ter plaatse aanwezig en bespeurde, dat er brand was in de slaapkamer van den staljongen, die zich in beschonken toestand naar bed had begeven en waarschijnlijk zijn licht omgegooid had. De brand was spoedig gebluscht, doch de stalknecht is deerlijk gebrand en is gisterenmorgen naar het hospitaal te Amsterdam vervoerd.
Ten westen van het station Halfweg ligt een batterij. Men zegt, dat deze tot de verdedigingslinie behoort. In hoeverre dit waar is, weten we niet, doch indien ’t zoo is, wordt het meer dan tijd, dat maatregelen genomen worden om haar voor een algeheele vernieling te vrijwaren. Sedert eenige dagen toch staan de kurkdroge wallen in brand. Hoogstwaarschijnlijk is deze brand ontstaan door uitgeworpen vuur eener locomotief. Wat echter de oorzaak moge wezen, zeker is het, dat het vuur nu reeds een uitgebreidheid beslaat van meer dan 100 M., en wel aan de West- en N.-Westzijde. Op sommige plaatsen is de grond tot 1 M. diepte en meer uitgebrand. Het vuur baant zich gedurig meer weg en vindt in den veengrond, waaruit de opgeworpen wallen bestaan, steeds meer voedsel, en het einde zal, indien er geen maatregelen genomen worden, een totale vernietiging wezen.
Wij herinneren ons, dat wijlen de heer Stieltjes indertijd reeds wees op het gevaar, dat dit turffort bedreigde.
(N. v. d. D.)
Bij een vechtpartij in een herberg tusschen Beekbergen en Apeldoorn is een jongeling uit laatstgenoemde plaats met messen zwaar verwond. Te Crooswijk is een man van 21 jaar van een schommel gevallen, waarbij ’t linker—dijbeen gebroken is. Hij werd naar het ziekenhuis te Rotterdam overgebracht. Een 4½-jarig zoontje van een schipper is nabij het Katendrechtsche Veer in de Maas gevallen en verdronken. Het lijkje is nog niet gevonden.
De leeuwin in de diergaarde te Rotterdam heeft haar vier welpen opgegeten.
Door de plaatselijke politie te Rotterdam is op vermoeden van valschheid in beslag genomen een rijksdaalder, voerende de beeltenis van Koning Willem II en het jaartal 1867, en door de rijkspolitie te Bergschenhoek een guldenstuk, mede de beeltenis voerende van Koning Willem III en het jaartal 1865, welke beide stukken door het Muntcollege zijn verklaard te zijn valsch en vervaardigd in nabootsing van echte rijksmuntspecie.
Op Maandag 30 Augustus jl. is door A. M. Van Heuven eigenhandig in de brievenbus ten postkantore te Middelburg geworpen een brief, gestoken in een blauwe enveloppe en met lak en stempel voorzien, geadresseerd aan den heer P. Van de Graft te Oisterwijk, inhoudende 4 muntbiljetten van f 10, welke brief niet aan zijn adres is bezorgd.
Volgens de zesde tienjarige volkstelling heeft de provincie Groningen 253 246 bewoners, nl. 124 860 mannen en 128 386 vrouwen. De stad Groningen telt 46 058 inw.
Een tweede uitgaaf — in afleveringen — van den bundel »Uit het Volk”, door Justus van Maurik, zal dezer dagen bij de heeren Scheltema en Holkema te Amsterdam het licht zien. Deze nieuwe uitgaaf is verrijkt met een 8-tal platen, door den schrijver zelf geschetst en op steen gebracht door Johan Brakensiek. De schets »Een avond vol kunstgenot”, waarvan de opneming in dezen bundel door velen minder geschikt geoordeeld werd, is vervangen door »Jan Smees”, den lezers van Van Mauriks »Fantasia” welbekend.
Pers—nieuws.
Het »Handelsblad” heeft een paar belangrijke artikels gegeven over het uitleveringstractaat met Amerika en komt daarin tot de volgende conclusiën:
a. dat wegens het beperkt getal en de soort der misdrijven, ter zake waarvan de uitlevering werd toegestaan, het gesloten tractaat van weinig waarde is;
b. dat de bezwarende bepaling omtrent de kosten aan het tractaat alle belang ontneemt en zelfs veroorzaakt, dat het twijfelachtig is, of in de toekomst het tractaat niet veeleer als bezwarend dan als voordeelig voor ons land is te beschouwen, en
c. dat in allen gevalle de Regeering door de financiëele lasten, bij het tractaat voor rekening van Nederland genomen, het niet had mogen bekrachtigen zonder dat de voorafgaande goedkeuring der Staten-Generaal op art. 9 ware verkregen. Daaruit volgt, dat voor die bekrachtiging zonder die goedkeuring, als in strijd met de Grondwet, de Ministers, die daartoe medewerkten, krachtens de wet op de ministeriëele verantwoordelijkheid aansprakelijk zijn.
Spinoza.
Heden werd met eenvoudige plechtigheid het standbeeld onthuld van den grooten wijsgeer en denker, op wiens bezit — in 1633 te Amsterdam geboren stierf hij op 21 Febr. 1677 hier ter stede — zijn tijdgenooten weinig prijs stelden, maar die door het nageslacht, door heel de beschaafde wereld in onze dagen, om zijn levensdoel en zedenleer als een der edelste baanbrekers op ’t gebied van het vrije denken, als een der waardigste strijders tegen dwaling en vooroordeel wordt geroemd en met eere herdacht; van den man, van wien Ernest Renan verklaarde: »Il n’est plus aujoud’hui un esprit éclairé qui ne salue dans Spinoza l’homme qui eut à son heure la plus haute conscience du divin”; van Baruch (Benedictus) de Spinoza, wiens assche in de Nieuwe Kerk alhier begraven ligt en die zijn laatste levensjaren in een eenvoudige woning op de Paviljoensgracht doorbracht.
Niet ver van die woning had de plechtigheid plaats, in tegenwoordigheid van talrijke autoriteiten, Nederlanders en vreemdelingen. De stille buurt, die met het standbeeld is verrijkt, was door een dichten drom van nieuwsgierigen bezet. Om het nog voor ’t oog verborgen standbeeld was, door de goede zorgen van het Spinoza-comité, een muur getrokken, waarbinnen twee tribunes waren opgericht, versierd met tropeeën, waarin de vlaggen prijkten van al de natiën, die tot ’t oprichten van het standbeeld hebben bijgedragen.
Te twee uur ving de plechtigheid aan. De vertegenwoordiger van Z. K. H. Prins Alexander, Prins van Oranje, de kapt. ter zee Van Goens, jhr. Six, Minister van Binnenlandsche Zaken, onze Burgemeester en de Wethouders der gemeente, benevens verschillende raadsleden, de leden van het Spinoza-comité van hier en elders, verschillende mannen van Europeeschen naam, die voor de zaak hadden geijverd — we noemen slechts Berthold Auerbach, dr. K. V. Stoy, professor in de phylosophie aan de universiteit te Jena, Fred. Pollock, advocaat te Londen, professor Schaarschmidt uit Bonn, — en de vertegenwoordigers van verschillende groote bladen, als de »N. freie Presse” uit Weenen, de »République française” en de »Figaro” uit Parijs, het »Journ. de St. Pétersbourg”, »l’Etoile belge” uit Brussel en de »Illustrirte Zeitung” uit Leipzig, — hadden met tal van dames en heeren plaats genomen, toen de generaal Van Limburg Stirum, als lid van ’t comité, het woord nam.
Hij wilde alleen den feestredenaar voorstellen: Johan Van Vloten; of liever — want men kende hem — hij wilde wijzen op diens onvergankelijke titels om op deze plaats ’t woord te voeren. Hij herinnerde daartoe aan Van Vlotens werken over Spinoza, waarin hij getoond had diep in de leer van den grooten denker te zijn doorgedrongen, hem boven allen te kennen en te begrijpen. Van Vloten had daarenboven het eerst — in den 2n druk van zijn werk over Spinoza — vóor ruim vijf jaren het denkbeeld geopperd om een standbeeld voor den wijsgeer op te richten; Van Vloten had door een motto voor zijn »Levensbode” aan Spinoza te ontleenen, dezen de schoonste hulde gebracht; hij had door een zeer belangrijke geldelijke bijdrage en door het schenken van het beste portret van Spinoza aan het comité, zich de hoogste aanspraken verworven op waardeering en op de eer van als feestredenaar op te treden. Met ingenomenheid gaf dan ook graaf Van Limburg Stirum hem het woord.
Prof. dr. Van Vloten beklom de kleine estrade, voor hem opgericht, en ving zijn rede aan, die diepen indruk maakte, ook door de wijze, waarop de spreker telkens diep bewogen zich een traan uit ’t oog moest wisschen.
De feestredenaar zelf gaf aan zijn toespraak den titel van: »Spinoza, de blijde boodschapper der mondige menschheid”. Spreker richtte zich allereerst tot den »vertegenwoordiger van Neerlands Kroonprins, den nazaat van ’s lands grooten volks- en vrijheidsvorst, en zoon der Koninklijke vrouw, die zelve steeds zooveel warme belangstelling in deze voorgenomen hulde aan den dag lei.”
Van de toespraak zelf is moeilijk een geregeld verslag te geven; reeds de eigenaardige vorm der rede maakt dit ondoenlijk. Spr. begon met de tegenstelling van den haat tegen Spinoza in vroeger eeuwen, en ook thans nog wel, en het feest, dat heden hier werd gevierd, de onthulling van het standbeeld, waarvoor uit de Oude en Nieuwe wereld bijdragen toestroomden. Dat beeld werd niet opgericht om Spinoza’s wil, maar ter wille van hen, die hem vereeren. Die tegenstelling verklaart zich uit den strijd tusschen het verouderd verleden en de wordende toekomst. Merkwaardig was ’t dat Spinoza werd geboren in het Geuzenland, een voorrecht; dat door hem zelven steeds op hoogen prijs werd gesteld. Door den vrijen dampkring, waarin hij ademde, bezield, volwrocht Spinoza zijn wijsbegeerte des levens en voltooide daarmee het beschavingswerk der halverwege postvattende hervorming; zijn doel was op onstoffelijk gebied elk zonder krukken te leeren loopen en uit eigen ongebrilde oogen rondkijken.
Daartoe wees de wijsgeer op ’s menschen rede, als de hoogste uiting der menschelijke beschaving; wanneer die rede den boventoon voert boven de onredelijke inblazingen van ’s menschen hartstocht, treedt liefde voor haat als maatschappelijke drijfveer en levensspil op. Weldoen en blij zijn was de kern van de zedenleer van Spinoza. Wilde men de zedelijke en maatschappelijke kern van Spinoza’s bespiegeling samenvatten in een korte kernspreuk, het zou die eener onverdoofde verstand- en liefdevolle werkkracht zijn.
Toen het omhulsel gevallen was en in vollen glans ’t gedenkteeken voor het oog der aanwezigen verscheen, ontblootten allen het hoofd en een eerbiedige uiting van ingenomenheid gaf zich lucht, terstond gevolgd door de luide jubelkreten der in den omtrek verzamelde volksmenigte.
Na een oogenblik zwijgens nam dr. Van Vloten nogmaals het woord. De kunstenaar heeft gezorgd, sprak hij, dat wie het bronzen beeld aanschouwt, zich ontegenzeglijk in dat beeld den mensch vertegenwoordigd ziet, die in zijn bescheiden woonvertrek aan die stille gracht zulke levenwekkende gedachten te boek stelde.
Na de overdracht van het beeld aan de gemeente, binnen wier muren men te voet en te paard het beeld van dien edelaardigen Geuzenprins en opstandeling ziet prijken, dat niet ophoudt van zelfstandigen volkszin en eendrachtige vaderlandsliefde te spreken, eindigde de heer Van Vloten:
Gelukkig land en volk, dat deze beelden voortdurend tot u spreken ziet! Met dien Prins is het kleine Nederland, vóor drie eeuwen, Europa ten voorbeeld geweest, het vooruitschrijdende op den weg der volksvrijheid in staat en kerk; moge ’t met dezen wijze thans het niet minder ten voorbeeld wezen op dien der verstands- en gemoedsveredeling buiten alle kerkbegrippen om! — Zoo kan het opnieuw het sprekend bewijs leveren, dat ook voor landen en volken zedelijke kracht en grootheid niet aan den omvang van stoffelijke grenzen gebonden, er in zijn blijde werking niet van afhankelijk is.
Hartelijke toejuichingen vielen den spreker ten deel.
Nadat hij de estrade had verlaten, trad onze burgemeester, jhr. mr. F. G. A. Gevers Deynoot, vooruit en sprak de leden van het comité ongeveer aldus toe:
Het was een schoone daad, Mijne Heeren, om in de Koninklijke residentie een standbeeld op te richten voor Spinoza, die hier heeft geleefd en gewerkt en die hier is gestorven en begraven.
De Residentie had aanspraak op dit standbeeld en Burgemeester en Wethouders waardeeren ’t hoog‚ dat de eigendom daarvan door U aan de gemeente wordt aangeboden. Met ingenomenheid nemen zij dat aanbod aan en zullen zij de noodige voorstellen aan dan Gemeenteraad doen om de overdracht in wettelijken vorm te doen plaats vinden.
Doch, reeds nu wensch ik u, Mijne Heeren, namens het Gemeentebestuur hulde en dank te brengen voor de moeite en zorgen, die gij hebt besteed aan de oprichting van het standbeeld, hetwelk, weest er van verzekerd, door ons op hoogen prijs wordt gesteld, omdat wij overtuigd zijn, dat het strekken zal tot versiering der Koninklijke Residentie.
Alle aanwezigen stemden — en terecht — hoorbaar met deze woorden van onzen burgervader in. Want inderdaad — het standbeeld, dat thans op de Paviljoensgracht tegenover de Stille Veerkade is verschenen, behoort tot de schoonste, waarop Den Haag roem mag dragen.
Spinoza is in zittende houding, in zijn oud-Hollandschen armstoel voorgesteld. Peinzend houdt hij de rechterhand met ’t potlood aan het geniale hoofd, waarlangs het lange haar golft‚ terwijl de linkerhand, op de knie rustende, eenige bladen papier vasthoudt.
Het prachtig beeld, in zuiver licht brons gegoten door de heeren Thiébaut frères te Parijs, is door een jeugdig kunstenaar, den beeldhouwer Frédéric Hexamèr, te Parijs ontworpen en gemodelleerd. Met volle recht bracht men hem heden — hij was onder de genoodigden — luide hulde voor zijn kunstwerk, hetwelk op een voetstuk van rood Zweedsch graniet, (ruim 1½ meter hoog) het eerste van dien aard en tot zoodanig doel in ons land gebezigd en door de firma Kessel en Röhl te Berlijn geleverd, op zeer voordeelige wijze uitkomt.
Noch het platform, waarop ’t granieten voetstuk steunt, noch het voetstuk zelf, is versierd; geen ornamenten of kernspreuken zijn aan ’t standbeeld aangebracht. Alleen de naam »Spinoza” prijkt aan de voorzijde van het monument, dat door een smaakvol bronzen hek — in de fabriek der firma L.J. Enthoven en Co. vervaardigd — is omgeven. Het geheel is ruim 3 meter hoog en maakt een verrassenden indruk.
Auerbach‚ op wiens verlangen vooral Spinoza in zittende houding is voorgesteld, was bijzonder met de uitvoering ingenomen. »Het beeld,” zoo zei hij ons, is vrij van »phrasen”, die men even goed in de beeldhouwkunst als in de letterkunde moet vermijden. Spinoza leeft daar werkelijk; men ziet er den denker in, niet den ziekelijken man, die niet staan kan‚ maar den wijsgeer, die bij de studie zich zet. Dat moest ’t zijn — en dat is het.”
Deze opvatting is volkomen juist.
Toen de plechtigheid met de korte rede van den burgemeester geëindigd was, werd het standbeeld door de genoodigden bezichtigd en bewonderd.
Er lag toen een lauwerkrans op het voetstuk; op de breede witzijden linten was met gulden letteren vermeld, dat deze ovatie »In Eherbiediger Huldigung” Spinoza was gebracht door »Die Kosmophilen-club zu Leipzig.”
Met een feestmaal der leden van het Spinoza—comité en der vreemde genoodigden, in het »Oranjehotel” te Scheveningen, is de plechtige onthulling hedenmiddag besloten.
Moge de stad onzer inwoning het heden haar geschonken standbeeld in eere houden en het woord bewaarheid worden‚ hetwelk Renan bij gelegenheid van den 200n jaardag van Spinoza’s dood sprak:
»Lui‚ de son pièdestal de granit, enseignera à tous la voie du bonheur qu’il a trouvée, et, dans les siècles, l’homme cultivé qui passera sur le Paviljoensgracht, dira en lui même: C’est d’ici peut-être que Dieu a été vu de plus près.”
Kunst- en Letternieuws.
DE FRANSCHE OPERA.
»La Fille du Régiment en »Le Maître de Chapelle” werden gisterenavond voor een talrijk publiek opgevoerd, zooals onze lezers weten in plaats van »Mignon”. Mlle. Douau moest de schilderachtige lompen van Mignon laten rusten voor het nette meidenpakje van de schalksche Gertrude, terwijl mlle. Potel zich de metamorphose van de coquette Philine in Marie moest laten welgevallen. Beide dames schenen zich in haar lot goed te kunnen schikken en zoo het feit, dat geen debuten gisterenavond plaats vonden, aan de critiek het zwijgen oplegt, zal het ons toch wel vergund zijn te constateeren ten opzichte van mlle. Douau, dat zij door spel en zang den goeden indruk, dien zij als Madelaine in »Le Postillon de Lonjumeau” maakte, versterkte, en van mlle. Potel, dat zij met de romance »Il faut partir” in de 1e acte van »La Fille du Régiment” en met de zangles van de tweede acte een welverdiend succes behaalde.
Van de overige artisten verdient vooral Cabannes lof als Tonio; wij blijven hem voorzichtigheid aanbevelen bij den overgang van falset op borststem en bij het eindigen van de muzikale phrases. Voor den zanger biedt de rol van Sulpice weinig gelegenheid om te schitteren, als acteur kon Durat ons daarin niet geheel voldoen; hij was te beweeglijk, te rad voor een oud-gediende. Mme. Granier is dezelfde verdienstelijke actrice gebleven; Hortensius werd door den heer Simon goed voorgesteld en deed het publiek hartelijk lachen, al zijn de geestigheden van »La Fille du Régiment” van de voorlaatste mode. In »Le Maître de Chapelle” vonden wij De Beer als Benetto terug; Diepdalle kweet zich in de titelrol, zooals men dat van een zanger van zijn rijpe ervaring kan verwachten. Na elk der actes werden de hoofdvertooners teruggeroepen.
Land- en Zeemacht.
Van de 12 onderofficieren, die bij het regiment Grenadiers en Jagers schriftelijk examen aflegden voor toelating op den hoofdcursus, zijn 8 geslaagd, 1 heeft zich teruggetrokken, terwijl 3 niet voldeden. De 4 laatstgenoemden zullen opnieuw de lessen van den 2e klasse-cursus volgen, terwijl de 8 eerstgenoemden zullen worden opgeroepen om het mondeling gedeelte van het examen te Kampen af te leggen.
Van de 118 aspiranten voor den hoofdcursus hebben in ’t geheel 41 voldaan, waaronder 3 van ’t instructie-bataillon. Het aantal opengestelde plaatsen bedraagt 44.
De Monitors »Haai” en »Adder” vertrokken gisteren weder van ’t Nieuwediep naar Hellevoetsluis, na van zeemiliciens verwisseld te hebben.
De 1e helft van de 4e en laatste kampserie is te Oldenbroek aangekomen. Zij bestaat uit de 36e comp. vesting-art. uit Amsterdam, onder bevel van den kapt. J. J. Meijen, de 39e comp. vesting-art. uit Den Bosch, onder bevel van den kapt. D. Hackstroh. Het bevel over deze serie is aanvaard door den majoor H. W. Van Marle, van de IIe afd. vesting-art., aan wien als adj. is toegevoegd de 2e luit. O. P. Wessels, van de VIIIe afd. vesting.-art.
ONDERWIJS.
Lager onderwijs.
Benoemd: tot directeur der Rijksnormaalschool te Schiedam J. C. Sander, hoofdonderw. aldaar; tot hulponderw. te Veendam K. Drent te Kalkwijk en J. v. Dijken te ’s Gravenhage; tot idem te Stad-Almelo R. v. d. Veen te Franeker; tot hulponderwijzeres te Utrecht mej. Lefebvre; tot hoofdonderwijzer (chr. sch.) te Vinkeveen c. a. J. C. Paap te Utrecht; tot hulponderwijzer te Rouveen F. C. Cremer te Buiksloot; tot idem te Oud-Beierland De Bruin te Vlaardingen; tot hulponderwijzeres te Zutfen J. W. C. Vorderman, hulponderw. te Winterswijk.
De heer J. H. Hulsman, aftredend directeur der R. H. B. School te Tilburg, ontving bij zijn vertrek van de leerlingen tot aandenken een pièce de milieu met zilveren voetstuk, dito inktstel en tafelschel. Ook door de gezamenlijke leeraars werd hem een fraai geschenk vereerd.
Met het oog op de invoering der nieuwe wet hebben de gemeentebesturen van Arnemuiden, Biggekerke en Ritthem, onder nadere goedkeuring van Ged. Staten, de jaarwedden der hoofdonderwijzers aldus geregeld: Arnemuiden (gemeenteschool) f 1000, (buurtschool Kleverskerke) f 800; Biggekerke en Ritthem f 700.
Op de begrooting van uitgaven voor 1881 der gemeente Kampen komt voor: aan subsidiën aan of kosten voor hooger en middelbaar onderwijs f 43 791, voor lager onderwijs f 61 852,58 en voor onderwijs van bijzonderen aard en strekking (waaronder aan jaarwedden en toelagen van hoofd- en hulponderwijzers der gesubsidiëerde bijzondere scholen en van de bewaarscholen f 16 500) f 20 033.
Te Delfshaven is een pand aan de Oudehaven gekocht ten behoeve eener op te richten school met den bijbel.
De nieuw-opgerichte school voor M. U. L. O. voor meisjes te Tilburg is geopend, onder leiding van de hoofdonderwijzeres mej. Van Deventer, met 17 leerlingen.
In de vergadering van de afd. »Zutfen” van het. N. O.-G., die gehouden zal worden op Zaterdag 18 Sept. a. s., zal aan de orde worden gesteld: a. Onderscheid tusschen de leerwijze van Prinsen en die van Bouman. Voor- en nadeelen van beide; b. Er zijn geen onderwijzersvergaderingen duurzaam. Hoe moeten ze ingericht worden, om lang te kunnen bestaan?
Op de gemeentebegrooting voor 1881 van Groningen zijn de navolgende posten onder de uitgaven opgenomen: Voor het openb. onderwijs f 233 782‚44‚ nl. voor het L. O. f 152 897,44, voor het M. O. f 39 300, voor het H. O. f 32 335 en voor andere inrichtingen van onderwijs f 9250.
Benoemd tot derden leeraar in het handteekenen aan de Burgeravondschool en daarmede in betrekking staande inrichtingen van onderwijs te Deventer Nieboer.
Akte-examens.
Limburg, 10 en 11 Sept. Hulponderwijzers: geëxam. 15, toegel. 6: J. H. Koopmans, H. J. Schoonenberg, J. G. Rutten, J. L. Rietra, M. G. Verbeek en M. Pehers. Wiskunde: geëxam. 3, toegel. J. H. Smeets. Teekenen: geëxam. en toegel. 6: G. Zijdenbos, C. H. Mücher, J. P. Crombach, J. Jorna‚ M. H. Van Poppie en P. J. M. Becker.
KERKNIEUWS.
Nederl. Herv. Kerk.
Beroepen: naar ’s Heer Hendrikskinderen C. J. L. Ruijsch van Dugteren, te Wemeldinge.
Bedankt: voor Dronrijp dr. J. W. Lieftinck, te Rouwerd.
De dienstdoende predikanten, leden der Gereformeerde commissie van advies, o. a. de predikanten J. D. B. Brouwer te Leiden, J. W. Felix te Utrecht, G. Ringnalda te Oldebroek, B. Van Schelven te ’s Hertogenbosch en G. J. Vos Fz. te Rotterdam, hebben zich bereid verklaard om hun kansel c. q. aan de predikanten Eigeman en Van Hoogenhuyse af te staan en zich alzoo medeschuldig met hen te stellen. (He[r]aut).
Chr.-Geref. Kerk.
Beroepen: naar Leiden (Hooigracht) Duursema, te Tzum (Friesland).
Roomsch-Katholieke Kerk.
Door wijlen mejuffrouw Antonia Vervoort te Zeelst is aan de gemeente aldaar een legaat van f 200 besproken onder dan last van kerkelijke diensten gedurende 25 jaren.
WEST-INDIE.
De Gouverneur, vergezeld van zijn adjudant, heeft een bezoek aan het district Beneden Cottica gebracht.
— Verkozen tot lid van de Koloniale Staten de heer A. d’Angremond.
— De Keizerlijke Duitsche Consul H. Muller heeft de behandeling der zaken van het Keizerlijk Consulaat weder op zich genomen.
— Is benoemd: tot 2n commies ter Administratie van Financiën, de klerk ten kantore van den kolonialen ontvanger en betaalmeester H. P. Ulrich; tot klerk ten kantore van den kolonialen ontvanger en betaalmeester, de klerk bij ’s lands magazijnen D. Nahar; tot klerk bij ’s lands magazijnen, de klerk ten kantore van den kolonialen ontvanger en betaalmeester C. A. Elshot; tot klerk ten kantore van den kolonialen ontvanger en betaalmeester, de surnumerair bij den algemeenen dienst, J. G. C. Abrahamsz.
— Bij de gewapende burgermacht in het district Boven-Suriname is bevorderd: a. tot kapitein, de 1e luit. F. W. Dennert; b. tot 1n luit., de 2e luit. T. Noordbergh.
Curaçao, 14 Aug. Wij melden met genoegen, zegt de »Curaç. St.” dat er zich in den loop dezer week geen nieuwe gevallen van gele koorts hebben voorgedaan. Naar wij vernemen, hebben eenige minderen van het stationschip »Alkmaar” reeds het militaire hospitaal verlaten. In het het geheel zijn zes personen aan deze ziekte sedert haar uitbarsting bezweken. In een later bericht, meldt hetzelfde blad, dat ook in de laatste dagen zich geen geval der genoemde ziekte aan boord van de »Alkmaar” heeft voorgedaan.
— Twee der beste schoolinrichtingen op dit eiland zijn vereenigd onder den naam van Collegium Curaçao.
BRUSSEL. Hotel Mengelle. Rue Royale. Table d’Hôte 5 frs., Restaurant, Kamers van af 3 frs.
Programma der Muziekuitvoeringen.
Societeitstent in het bosch.
Woensdag, 15 Sept., des avonds te 7 uren, door de Koninklijke Militaire Kapel van het regiment Grenadiers en Jagers, onder directie van den heer J. H. Völlmar.
Eerste Afdeeling. No. 1. Jubilaeums Feest-Marsch. Völlmar. 2. Ouverture: Giovano d’Arco‚ Verdi. 3. Soldatentänze. Walzer, Sahan, 4. Fant. de l’opéra de Méhul: Joseph, C. Stumpff.
Tweede Afdeeling. No. 5. Ouverture: Der Freischütz. C. M. v. Weber. 6. Souvenir de Beethoven, (Kreutzer Sonate), Dunkler. 7. Le Partisan, (op verzoek), Dunkler.
Gemeente-badhuis te Scheveningen.
Woensdag, 15 Sept.‚ des avonds te 7 uren, door het muziekkorps der dd. schutterij, onder directie van den heer C. J. Becht.
No. 1. Marsch. 2. Ouverture: De Sarah, Grisar. 3. La Pervanche, Grande Valse, Kroll. 4. Potp. de l’opéra: Rigoletto, Verdi. 5. Ouverture: Joseph Méhul, arr. J. C. Boers. 6. Variatiën van Beethoven, arr. Boers. 7. Bacchus Chor aus Antigone, Mendelssohn. 8. Fant. de l’opéra: Lohengrin. arr. Mann. 9 Marsch.
Huwelijken, Geboorten en Sterfgevallen
BURGERLIJKE STAND VAN ’S GRAVENHAGE, 14 Sept.
Bevallen: A. C. Boon, geb. Kortman, z. — C. Van Wetten, geb. Scheffers, d. — A. Keus, geb. Jol, d. — P. v. Aste van Zijl, geb. Damen, d. — A. H. Hendrik, geb. De Haan, z. — A. M. v. Wissen, geb. Koot, d. — L. Dijkhuizen, geb. Toet, z. — A. W. C. Löhe, geb. Salmans, d. — J. C. Reule, geb. v. d. Klugt, z. — M. E. Steinmeijer, geb. Klien Bannink, z. — A. De Groot, geb. Jansen, z. — C. J. Van Caspel, geb. Vermeij, d. — M. C. Groenewegen, geb. v. d. Splinter, d. en z. — B. G. Burghout, geb. Goes. z.
Overleden: H. Stakenburg, z. 1 m. — C. v. Spronsen, z. 7 m. — H. G. Speijk, z. 2 m. — A. T. v. d. Meersch, z. 1 m. — C. v. Veen, d. 1½ j. — A. Harmsen. z. 3 m. — J. W. Zadelaar, z. 2 w. — M. J. De Vrindt, wed. H. Mostert, 75 j. — F. D. N. Schild, z. 1 w. — G. J. Van Lit, z. 5 m. — P. Kettenis, z. 3 m.
UIT VERSCHILLENDE DAGBLADEN.
| Sept. | BEVALLEN. |
| 10. | M. G. v. d. Meer de Walchren, geb. De Jong, z. - Utr. |
| 11. | M. W. A. Joosting, geb. De Groot, z. – Amsterdam. |
| 11. | H. S. G. v. Zadelhoff, geb. v. Asselt, d. - Doesborgh. |
| 12. | C. M. Komst, geb. Threse, z. - Amsterdam. |
| 12. | M. I. Jansen, geb. Hambeek. d. - Rotterdam. |
| 12. | N. J. Pons, geb. v. d. Poest Clement, d. - Poortugaal. |
| 12. | J. A. A. Beekman, geb. Haring, z. - ’s Hage. |
| 12. | C. W. Crommelin, geb. Wilkens, z. - Amsterdam. |
| 12. | C. E. E. Rohling, geb. Stokvis, z. - Amsterdam. |
| 13. | C. L. Schnetler, geb. Boode, d. - Rotterdam. |
| 13. | A. Del Valle, geb. De Roode, d. - Amsterdam. |
| 13. | A. C. Koch, geb. Ernst, z. - Amsterdam. |
| 13. | S. M. Jacobs, geb. Lampe, d. - Amsterdam. |
| Aug. | OVERLEDEN. |
| 31. | G. A. Soeteman, geneesk. . . j. Rijswijk. |
| Sept. | |
| 9. | M. J. Raven, geb. Hattinga Raven, . . j. - Oosterbeek bij Arnhem. |
| 10. | L. F. W. Leijds, geb. v. Bronckhorst, . . j. - Amsterd. |
| 10. | A. W. De Loor, M. G. 64 j. – Amsterdam. |
| 10. | Donkersloot, k. 6 w. - Amsterdam. |
| 10. | Ds. P. Leendertsz.‚ doopsg. pred. te Medemblik, 63 j. - Dortmund. |
| 10. | H. L. Meijster, wedr. 90 j. - Rietveld, bij Woerden. |
| 10. | H. P. v. d. Weetering, geb. Rijnders, 43 j. - Amsterd. |
| 11. | J. N. Muller, ridder der Mil. Willemsorde, 72 j. - Amst. |
| 11. | W. F. A. Roosenburg, student in de medicijnen, 22 j. ’s Bosch. |
| 11. | H. Brand, bediende, 29 j. - Nieuwe Niedorp. |
| 11. | E. Dam, geb. Korver, 58 j. - Wilnis. |
| 12. | W. Bruske. z. 17 j. - . . |
| 12. | L. Hartog, d. 16 j. – Landsmeer. |
| 12. | A. Benders‚ geb. Stolk, wed. 83 j. - Neder-Hardinxveld |
| 12. | P. Outhoff‚ geb. v. Harthals‚ wed. 70 j. - Rotterdam. |
| 12. | A. M. v. Kessel, geb. Lassooij‚ 40 j. – Rotterdam. |
| 12. | S. Seepers, d. 16 j. - Rotterdam. |
Publicaties van ’sGravenhage.
Bij de ten Raadhuize plaats gehad hebbende uitloting zijn de aandeelen nos. 18 en 123, in de geldleening primitief groot f 250 000 en aangegaan tegen een rente van 4½ pCt. in 1876, voor de rioleering te Scheveningen en verdere buitengewone werken, aangewezen om te rekenen van 1 November 1880, ten kantore van den gemeente-ontvanger‚ à pari te worden afgelost tegen intrekking van obligatie en onverschenen coupons, wordende door de gemeente van dien datum af geen verdere renten vergoed.
Miliciens-verlofgangers der lichting van 1880, behoorende tot de bereden korpsen, zijn opgeroepen, om in werkelijken dienst te komen, ten einde te worden gekleed en geoefend, op Vrijdag 1 October a. s., zij moeten op dien dag vóor 4 uren des namiddags bij hun korpsen tegenwoordig zijn, voorzien van hun verlofpas.
Zij worden mitsdien uitgenoodigd om zich op Maandag 27 September a. s. tusschen 10 en 3 uren aan te melden ten Raadhuize (afd. Militaire Zaken en Schutterij), tot het ontvangen van de noodige aanwijzing en van het hun toekomende daggeld. Zij, die door ziekte of andere redenen buiten staat zijn om aan de oproeping te voldoen, moeten daarvan uiterlijk daags te voren, voor de opkomst een geneeskundige verklaring of ander bewijs ten Raadhuize overleggen.
Gevonden Voorwerpen.
Aan het hoofdcommissariaat van politie zijn als gevonden aangegeven: Een spion-spiegel, een duimstok, een wit zakdoekje met rood randje, een metalen kruis, een zwart zijden parasol en een fantaisie dames-armband.
Inlichtingen worden verstrekt alle werkdagen van des namiddags 12½ tot 9 uren.
ZEETIJDINGEN.
Maassluis, 13 Sept. Binnengek.: Aurelia Grune, Stuitje, v. Bayonne. 12. Vertr: Germania, st., n. Hamburg; 13. Antina, Janssen, n. St. Petersburg; Drie Gebroeders, Arris, n. dito.
IJmuiden, 13 Sept. Binnengek.: President Trakranen, Hoekstra, v. New-castle n. Java, als bijl., heeft op de Varna gestooten‚ doch is zonder assistentie vlot gekomen; Z. M. monitor Adder en Haai, v. Noordzee: Ondine, st., v. Kopenhagen.
Tessel, 13 Sept. Vertr.: Vrede, Visser, n. Kotka; Aleida en Maria, Verbeek, n. Nyland.
Dartmouth, 11 Sept. Vertr.: Courland, st., v. Londen n. de Kaapstad.
Bristol, 11 Sept. Vertr.: Nicolaas Frans, De Groot, n. Valencia.
Lissabon, . . Sept. Binnengek.: Irene, st., v. Amsterdam n. Midd. Zee.
Palermo‚ 13 Sept. Vertr.: Ceres, st., n. Messina.
Messina, 11 Sept.: Binnengek.: Castor, st., v. Cephalonia.
Charlestown, 10 Sept. Vertr.: Adriana Wilhelmina, Reijnhout, n. Vlissingen.
Nieuwediep, 12 Sept. De Ned. bunschuit Seppe Visser, schipper Flapper, van Heeg naar Londen, bij de roode ton van de Vlieter aan den grond geraakt, is met verlies der halve lading vlot- en alhier ter reede gekomen om de reis voort te zetten.
Terschelling, 11 Sept. Van 5 tot 10 dezer zijn uit het wrak van de Hansa opgehaald 4 vaten reuzel, een zwaar anker‚ een david en eenig ijzerwerk.