Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/110

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

102

kelken, houten naaldekokers, en stalen vorken. En dan moetge de dikke proppen van kleine jongens zien, met wit hair en witte tanden, bezig met "koek te smakken," en hun winst in broekzak, buiszak, en tot in den pet wegstoppende; of de kleine boerenmeisjens gegroept om een kruiwagen met gouden ringen van een cent het stuk, allen met een kraakamandel tusschen de tanden en kruidnoten in de hand. Dat 's nog maar een begin.

Maar 's avonds als de frissche dochters; neen! de glundere moeders óók nog wel; voor den "fiedel" staan, met boeren en knechten, en voor vier duiten een deuntjen dansen,

"Kan je dan geen schotsche drie?
"Kan je dan niet dansen?"

en zoenen moeten als de lustige speelman in den hoek achter de kam strijkt!

Daar moet ge eens heen, AUGUSTIJN! dat is veel aardiger dan blasé of filosoof te zijn; en dáár zult gy zien, hoe men zich te meer vermaakt, naar mate men eenvoudiger van hart en zin is. Maar gy moet er niet komen met een gezicht als een commissaris van policie, die kijken komt of alles goed en ordelijk toegaat; ook niet met dat medelijdend lachjen, waarmee sommige menschen zich portretteeren laten, en waarvoor gy eigenlijk in den grond te goed zijt; ook al niet met een gezicht van berekende lievigheid, als of het den aanwezigen een groote eer moet zijn, dat gy eens komt kijken. Geloof my, ook de boer bemerkt en gevoelt als by instinkt wat daar beleedigends in is, en het maakt u nooit tot wat hy een gemeen (gemeenzaam) mensch noemt. Neen, gy moet er komen met een fermen, bollen lach om den mond, als of gy zoozoo mee zoudt willen doen. Ik voorspel u dat gy er meer neiging toe gevoelen zult dan gy zult willen weten. Blijdschap is aanstekelijk, maar men moet er dispositie voor hebben, en men moet byv, niet op een hollandsche boerenkermis komen met een Sehnsucht "naar Italies dreven, waar de hemel altijd blaauw enz. is," en ook al niet met pedante aanmerkingen, als byv. "wat een heel ander figuur is een hollandsche boer toch dan een van Normandye of Bretagne of uit het Piémonteesche!" waarby gy niet aan Normandye of Bretagne of Piémont denkt, maar alleen aan de Colins en Lubins van den vaudeville, met hunne sneeuwitte overhemden, roode bretels, schuinsche hoedtjens met kostbaar lint, fijne handen, geblankette gezichten, en tedere sentimenten. De poëzy, AUGUSTIJN, is overal, maar die, die men opmerkt in de werkelijkheid, is beter dan de aangeworvene of aangewaaide. Vele menschen toetsen hetgeen zy vinden aan hetgeen zy lazen, in plaats van hetgeen zy lazen aan hetgeen zy vinden. Ongevoelig en van lieverlede zijn zy volgeraakt van indrukken uit boeken en