104
genoegens benijdde? Daar wordt dan de arme twintigjarige — ik weet het best, lieve vriend! — plotseling "te groot voor eene aarde," die hy niet kent; te "verfijnd van gevoel," voor genoegens, welker grofheid hy slechts onderstelt; dan giet hy den frisschen beker ledig, die hem zou verkwikt hebben; dan leeft hy een aangetrokken dichterlijk leven; maakt misschien slechte, zinledige woordenschermutselingen op rijm, waarin komt van: "'t stof te verachten, ор adelaars pennen, de zon in 't aangezicht," en allerlei visioenen die een goed dichter nooit gezien heeft; en intusschen slaapt de waarachtige poëzy, die binnen in hem is, den gedwongen doodslaap in. — AUGUSTIJN, waak er tegen! — en neem dit briefjen als een klein kermisgeschenkjen aan. Uw liefhebbende
1839.