Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/138

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

NAREDE, EN OPDRACHT AAN EEN VRIEND.


(EERSTE UITGAVE).


Beste Vriend,


Toen ik de voorgaande bladeren gedrukt zag, begreep ik dat er nog iets aan ontbrak, alvorens ik ze de wareld in kon zenden. Eerst had ik gedacht er eene scherpe voorrede vóór te schrijven, zeer hatelijk tegen dezen of genen collega-autheur, die my nooit kwaad had gedaan, maar daar ik een hekel aan had of jaloersch van was. Doch daar ik niemand kon bedenken, die in deze termen viel, moest ik wel van dit fraaie plan afstappen. Toen meende ik eene geheele slagorde van onderkraste en tweemaal onderkraste duchtigheden tegen de heeren recensenten te richten, die ik niet ken, en die my..., ik had kunnen zeggen: "zullen verguizen;: het is een plechtig woord en by teleurgestelde schrijvers zeer gebruikelijk. Maar het was duizend tegen een, dat men my verweet die uitvallen te hebben nageschreven. Daarop heb ik van alle hatelijkheden afgezien, hetwelk te beter was, daar ik ze in mijn boek ook niet had toegelaten. En, dewijl ik plan had dat boek aan u op te dragen, besloot ik eindelijk al wat ik er nog over te zeggen had met die toewijding aan u samen te smelten, en daartoe schrijf ik deze Narede. Iets onaangenaams te zeggen zou my nu geheel onmogelijk zijn, want hoe zou het gaan kunnen in de nabyheid van uwen naam?

Gy weet hoe en wanneer ik deze opstellen heb byeen gekregen. Zy zijn bedacht in verloren uren, tusschen de wielen en op het water, op wandelingen, en in vervelende gezelschappen. Zy zijn geschreven in oogenblikken, waarin een ander zijn piano opensluit, of een pijp rookt, of over Don CARLOS praat. Zy werden in gezellige uurtjens voorgelezen onder vrienden, alleen onder vrienden. Nu ze dan byeen vergaderd zijn en aan het publiek worden overgegeven, hoop ik dat het publiek ze als zoodanig zal beschouwen. Al wie nu niet van HILDEBRAND houdt moet ze maar niet lezen. Gy en de andere academievrienden zullen er hem in hooren praten en vertellen, en er veel in wedervinden dat by dikwijls mondeling met hen heeft behandeld. Zy zijn herwaarts en