131
derwaarts gegaan met hunne respective doctorale graden, en dit boek zend ik hen na als eene gedachtenis aan ons genoegelijk verkeer, en mijn hartelijken vriendengroet voeg ik er in gedachte by!
Wie HILDEBRAND is weet iedereen wel; er is somtijds met veel scherpzinnigheid naar geraden. Ook maak ik er geen geheim van, noch poog my te laten doorgaan voor een veertig jaar ouder of een veertigmaal beter dan ik ben. Het goede publiek hebbe vrede met den naam; ook is het om 't even of men JAAP heet of HILDEBRAND. Maar de naam van het boekzelf heeft my veel moeite gekost. Het was zoo heel moeielijk de verschillende stukken onder één etiquette te brengen, en de uitgever wilde iets hebben dat niet al te versleten was. De Camera Obscura is tegenwoordig zeer op de spraak, en de aanhaling van ANONYMUS op de eerste bladzijde toont aan met welk recht ik dit werktuig hier heb durven te pas brengen.
Soms verbeeld ik my dat deze bundel papiers eenige verdienste zou kunnen hebben ten opzichte van onze goede moedertaal. Tot nog toe had zy voor den gemeenzamen stijl niet veel aanlokkelijks. Ik ben evenwel de eerste niet, die het waagt haar het zondagspak uit te trekken en wat natuurlijker te doen loopen. Ik hoop dat ik my niet te véél vrijheden zal hebben veroorloofd, en vraag vergiffenis voor de drukfouten[1]. Ach, ach, ach! die drukfouten zijn een kruis! Op bladzij 12 staat 19 in plaats van 17; op bladzij 13 (onderaan) staat (hoe is het mogelijk?) onverschilligst in plaats van onbillijkst. Ik wed dat er nog honderden in zijn die ik over het hoofd heb gezien! Maar ééne, die ik niet heb over 't hoofd gezien, en die my meer dan allen grieft, staat op bladzij 160. Ik weet zoo goed als gy, dat van een "schalksche boerin" te spreken, even dwaas is als te zeggen: "een geksche beerin," en dat zij lachte schalks er even min dóór kan als "zy lachte mals;" en daarom had ik de maagd op bladzij 160 ook "schalk," laten omkijken. Toen kwam de letterzetter, en schudde daar het hoofd over, en zette "schalks." Toen kwam ik en werd boos op den letterzetter, haalde de S door en schreef er het gewone deleatur by. Ik kreeg eene revisie, zag my gehoorzaamd, en gaf het verlof tot afdrukken. Toen sloop, ik weet niet welke, hand nogmaals in de proef en verkorf het weer. İk val die hand niet hard. Zy volgde het voorbeeld van vele, en van bekwame handen. Maar ik bedroef my, liefsche vriend, dat men thands zoo onkundigsch in onze schoonsche moedertaal is geworden, en zoo gewoonsch aan dien verkeerdschen uitgang, dien men by de oudschere schrijvers te vergeefs zoeken zou.
- ↑ Ik twijfel niet of er zullen menschen gevonden worden, die zich beklagen dat er geene circumflexen en veel te weinig comma's in mijn boek te lezen staan. Ik had er over gedacht hier ten slotte eene geheele bladzijde met die teekens by te voegen om naar willekeur over de bladeren uit te strooien, maar ik vreesde dat het al te aardig staan zou.