Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/141

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

133

ijver, waarmee de vingers naar hen worden uitgestoken. Echter kan ik het goede publiek deze kleine genoegens niet betwisten of kwalijk nemen; maar ik neem de vrijheid aan het motto van ANONYMUS in het nog altijd onuitgegeven boek te herinneren, en in gemoede te verklaren dat mijne Chambre Obscure argeloos geplaatst wordt; dat ik er niet aan wend of keer, en nooit eenige beweging maken wil, om haar op eene onbescheidene wijze te pointeeren. Dat ik ze nog niet op den Godesberg of te Milanen heb kunnen plaatsen doet my om den wille van hen die het hooge en uitheemsche begeeren byzonder leed; maar het is my gebleken dat de meerderheid ruim zoo tevreden was met mijne kleine, mijne hollandsche tafereelen. Men moet begrijpen dat wy de buitenlanders, dank zij levenden en "afgestorvenen," al zoo op end' uit kennen, dat het eene heele aardigheid geworden is, voor de afwisseling, eens op onszelven te letten.

Ik neem deze gelegenheid waar om my by een negenjarig vriend te verontschuldigen wegens de betichting omtrent "den bonten zakdoek" op bladz. 4. Hy heeft verklaard er nooit in 't geheel een by zich te hebben, en ik verlicht mijn geweten door dit zijn verzet hier aan te teekenen. Streelend was my de toejuiching der hollandsche moeders ten aanzien van de schets hunner kinderen, en van prof. VROLIK ten opzichte van "een Beestenspel"; (ofschoon laatstgenoemd stuk toch maar het beste niet schijnt te wezen!) streelend vooral ùwe goedkeuring, waarvan het gunstig voorteeken niet is gelogenstraft.

En als gy nu vraagt of ik geen plan heb in dit slag van schrijven nog iets meer te leveren? Ik andwoord dat het, by zoo veel aanmoediging als ik ondervinden mocht, een vreemd verschijnsel, en ook waarlijk ondankbaar wezen zoude, indien ik het naliet. Verwacht dus mettertijd nieuwe vertooningen van de Camera Obscura," en neem ten tweeden male de opdracht van dit boekdeel aan.