137
Ik verzocht hem een doctor te nemen; maar hy wilde er niet van hooren; een der vrienden zou by hem blijven tot dat hy sliep, en men zou den anderen dag afwachten.
Den anderen dag had ik reeds vroeg de hospita van mijn buurman by my.
"Het was niemendal goed met menheer! hy was in 't midden van de nacht wakker geworden; had haar thee laten zetten, en was, wat zy volstrekt niet van haar menheer gewend was, zeer knorrig geweest; daarby had hy haar zoo verwilderd aangekeken, dat ze der tranemontanen haast was kwijt geraakt, en de schrik haar nog in de beenen zat. Zy geloofde dat het niet goed was geweest dat menheer zoo veul met een open raam zat, want daar waren die menschen uit vreemde landen toch maar niet aan gewend,"" enz, enz. Ik kleedde my en ging hem terstond zien.
Hy had nog koorts, en nu veel heviger; was zeer ontevreden over zijn bed, zijn slaapkamer, zijn hospita, in één woord, over alles; hy wilde een groot vuur op de voorkamer hebben aangelegd, en had daar alle verwachting van. Ik verzocht hem te blijven waar hy was, en liet oogenblikkelijk een doctor halen.
De doctor kwam, en verklaarde de ongesteldheid voor bedenkelijk. De studeerkamer werd tot een ziekenkamer ingericht; de patient met zijn bed derwaarts gebracht; aan zijn voogd geschreven. Deze kwam na een paar dagen; het was een oud vrijer, die nooit zieken had bygewoond, en wien de handen buitengewoon verkeerd stonden, klein van verstand en bekrompen van gevoel. Hy liet my het bestier in alles over. De hospita was gelukkig eene zeer handige, bedaarde, knappe, dóórtastende en te gelijk hartelijke vrouw. Zy deed haar best; de doctor deed zijn best; een paar jongelingen, die ik uit de menigte die volstrekt waken wilden, gekozen had, deden met my al het mogelijke; maar het hielp niet. De ziekte nam een noodlottigen loop; en na drie weken van angsten en tobben droegen wy den armen WILLIAM KEGGE naar het graf.
Eene studentenbegrafenis heeft iets plechtigs. Een lange sleep van menschen in den bloei des levens, die in rouwgewaad een lijk ten grave brengen, ten teeken dat die bloei des levens niet onschendbaar is voor den dood! Zy weten het wel, maar zy moeten het zien, om er zich van te doordringen. Het zou echter nog veel plechtiger zijn, indien àllen doordrongen waren of konden wezen van dit gevoel; indien àllen even zeer belang stelden in den overledene, even zeer deel namen in zijn dood; ja, indien maar allen, ook de achtersten, het MEMENTO MORI zien konden dat vooruit gedragen wordt. Ook moesten de nooders van de liefhebbery afzien om met den langen trein te pronken, en hen die hem uitmaken te vervelen met eenen nutteloozen omgang door de stad! Gewoonlijk wordt de baar door de stadgenooten van den doode gedragen, of indien die niet genoegzaam in getale zijn, door hen die met den doode uit dezelfde provincie of uit dezelfde kolonie afkomstig zijn. Voor WILLIAM had men geen twaalf landgenooten kunnen vinden. Zijne beste vrienden