Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/150

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

142

sierlijken zwaai gedrapeerd, en een oogopslag als van een aangeblazen dichter; mevrouw, zeer laag gekleed, met een grooten parelsnoer om den hals, een kanten plooisel om de japon, en schitterende armbanden. Een derde schildery stelde een groep voor van vier der kinderen, waarby aan de schoone brunette vooral niet was te kort gedaan; de beeltenis van WILLIAM, die de oudste geweest was, miste ik met smart; maar het was natuurlijk, want het stuk was sedert de overkomst der familie in het moederland geschilderd. Voor de sofa, waarop de schoone dochter van den huize was gezeten, lag een tijgervel met rood omzoomd; en de armstoel van mevrouw was zoo ruim en zoo makkelijk, dat zy er als in verzonk.

Toen ik binnentrad zat mama met het windhondtjen Azor, dat met minder muzikale neigingen begaafd scheen dan het windhondtjen Mimi, op haar schoot, en liefkoosde het, terwijl de dochter haar borduurwerk had neergelegd, om zich met een grooten witten cacatou met geele kuif te onderhouden.

Mevrouw KEGGE was eer klein dan groot van gestalte; aanmerkelijk jonger dan haar echtgenoot, aanmerkelijk bruiner dan haar dochter, en wat zy ook mocht geweest zijn, op dit oogenblik aanmerkelijk verre van eene schoonheid in de oogen van een europeaan. Haar toilet was, ik moet het bekennen, eenvoudig genoeg, en ik zou haast zeggen eenigzins slordig; maar waar is het dat er veel werd goedgemaakt door eene zonnige ferronière op mevrouw KEGGE's voorhoofd, en een zware gouden ketting op mevrouw KEGGE's voormaligen boezem; hoezeer ook deze versierselen zich het air gaven van by mevrouw KEGGE's tegenwoordige kleedy volstrekt niet te willen passen. Zy scheen verlegen met mijn bezoek, en had wel het voorkomen een weinigjen verlegen met alles te zijn; ook met de pracht die haar omringde en het karakter dat zy had op te houden.

Haar dochter kwam haar te hulp. Eene goede uitvinding van sommige moeders: dochters te hebben. Zy hief zich, om my te groeten, eenigzins plechtig van de sofa op, terwijl de zwarte knecht my een stoel gaf, veel dichter by haar dan by haar mama, en betuigde haar genoegen mijnheer HILDEBRAND te zien. "Papa had er zich zoo veel van voorgesteld, mijnheer HILDEBRAND eens te bezitten. Niet lang zeker zou hy zich laten wachten; maar eene dringende commissie had hem uitgeroepen."

Inderdaad het was een schoon meisjen, die dochter van den heer KEGGE. Zy had den fijnen neus en den mond van WILLIAM, maar veel schooner oogen dan deze had gehad. Heerlijke, donkere, tintelende oogen waren het, die tot in de ziel doordrongen; als zy ze opsloeg, blonken zy vurig en onvertsaagd, en toch, als zy ze neersloeg, hadden zy iets byzonder zachts en kwijnends. Heur hair hing in menigte van lange glinsterende krullen, naar engelsche wijze, langs haar eenigzins bleeke maar mollige wangen. Ik wist dat zy drie jaar jonger was dan WILLIAM, die nu ongeveer twintig jaren zou geteld hebben; maar, naar den aart der tropische menschengeslachten, was zy ten volle ontwikkeld. Een