143
weelderig negligé van wit batist en kronkelige tule kleedde hare rijzige gestalte; en zy had geen anderen opschik dan een bloedigen robijn aan haar vinger, die de oogen trok tot haar kleine zachte handekens. De schoone brunette hield het gesprek vrij wel gaande, en vulde de gapingen aan, door allervriendelijkst met den cacatou te converseeren, en hem kleine stukjens beschuit uit hare hand te laten oppikken, by welke gelegenheid ik doodsangsten uitstond voor hare schoone vingeren. Men gevoelt dat ik het begunstigde dier zeer prees.
"O hy praatte zoo aardig. Zy was nu begonnen hem haar naam te leeren uitspreken. Coco, hoe heet de vrouw?"
En zy aaide Coco zoo zacht over den kop, dat ik wenschte Coco geweest te zijn.
De lieve naam kwam echter zoo min van 's mans hoormachtige lippen, als ik in staat zou geweest zijn dien voort te brengen. Na lang vleiens kwam er: "Kopjen kraauwen."
Dit was klaarblijkelijk eene vergissing, en Coco boette die duur genoeg. De schoone oogen begonnen te vonkelen, en de lieve hand gaf den onwilligen met den gouden naaldenkoker een gevoeligen slag op den kop; ten gevolge waarvan de heer Coco, met een schuinslinksch gebogen kruin en kleine pasjens, naar het verwijderdste gedeelte van zijn kruk retireerde, en toen in die houding zitten bleef met een ter bescherming opgeheven poot, ongeveer als een schooljongen op wien de meester onheildreigend uitschiet.
"Papa leert hem soms zulke woorden uit een aardigheid," zei de vertoornde schoone; "maar ik vind het zeer onaangenaam."
Mama zag met een zekeren angst naar haar dochter op.
Ik zocht naar een nieuw onderwerp van gesprek, en was juist van plan de portretten te hulp te roepen, als mijnheer KEGGE zelf te huis kwam.
"Onsterfelijke vriend!" riep hy my toe, als waren wy ons geheele leven door de tederste banden van vriendschap, waarvan ooit in een album gesproken is, "verknocht, verstrengeld," en, als het rijm medebrengt "verengeld" geweest: "Onsterfelijke vriend! daar doe je wel aan. Kom aan, dat's goed. Nog niets gebruikt? Wat wil je hebben? Madera, teneriffe, malaga, constantia? Witte port? vruchtenwijn? Lieve kind, laat onmiddelijk de liqueuren komen. Hoe zit je daar zoo te druilen. Lorre?"
"/ Hy heeft knorren gehad, papa," andwoordde de dochter, omdat hy andere woorden spreekt, dan die ik hem geleerd heb."
"Allemaal gekheid! Hoe meer woorden hoe beter! Poes poes! kopjen kraauwen! gekskap!..."
"Papa, ik had het waarlijk liever niet."
"Nu, nu, HARRIOT, my dear! Ik zal ' t niet weer doen. Maar wat zeg je van onzen gast, mijnheer HILDEBRAND? en wat zegt mijnheer HILDEBRAND van mijn dochter?..."
Wy waren beiden verlegen, en hadden niets van elkander te zeggen.