Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/155

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

147

dat nieuwe rijtuig maar gesloten had, en dat zy nu voortaan nog makkelijker naar de kerk zou rijden."

"Kom, kom!" riep hy toen, "geen hoofdschuddingen! dat 's allemaal gekheid. 't Zal het mooiste rijtuig uit de stad zijn, en de groote hanzen en adelijke heeren kunnen er een punt aan zuigen. Ik heb zin om er een wapen op te laten schilderen met een gouden keg[1] op een zilveren veld, en een groote planterskroon er boven op van suikerriet en koffyboonen."

"Ik zou er maar J. A. K. op laten zeten, " żei de oude dame droogjens: je kunt immers de letters met zoo veel krullen maken als je wilt."

Ik beschrijf u het diner niet met al zijne opscherpende tomato- en andere sausen, cayenne, zoya, kruidenazijn, atjarbamboe, engelsche pickles en wat dies meer zij, noch zal het wagen u een denkbeeld te geven van den portwijn van den heer KEGGE, dien hy door een extra-extra gelegenheid had, maar die dan ook zóó was, dat de heer KEGGE verklaarde een zeeuwsche rijksdaalder te zullen zijn als men hem ooit, als men hem ergens anders dan misschien by den koning van Engeland, zoo drinken zou! Mevrouw at veel, en HENRIETTE weinig; maar men moet bedenken dat de laatste oneindig meer sprak; ook regelde zy de tafel, en droeg zorg dat men de gerechten in behoorlijke orde at, niettegenstaande haar papa zich daar wel eens tegen bezondigde, en dan met een "allemaal gekheid" de fout verschoonde. De hazewindtjens van mevrouw waren allerbescheidenst stil, omdat zy ontzag hadden voor den langen hond der oude dame, maar de kinderen, die "vrij werden opgevoed", maakten een vreeslijke drukte. Na den eten bood de zwarte knecht koffy aan, en moest ik eene schotsche liqueur proeven, die als vuur in de keel was.

De oude dame was na den afloop van het diner terstond opgestaan en vertrokken, gevolgd van haar getrouwen hond. De kinderen waren in de eetzaal gebleven, waar de kleine HANNAH den pot met morellen tot zich trok en daaruit, terwijl het gezelschap scheidde, zichzelve en hare broertjens nog eens bediende, op mamaas vriendelijk verzoek, zich aan deze verkwikking niet verder te buiten te gaan, niets andwoordende dan dat het zoo lekker was.

"Je zult niet kwalijk nemen dat ik eens naar de blibliotheek ga," zei de heer KEGGE; "dit is mijn studieüurtjen!" En met een weinig bedwongen geeuw verliet hy de kamer.

  1. De keggen zijn misschien aan mijne lezers niet zoo bekend als by de timmerlieden. Het is een soort van wiggen waarvan de eene kant schuin afloopt, terwijl de andere kant horizontaal is; zy dienen om, met kracht hier of daar tusschen geslagen wordende, zware lichamen eenigzins op te lichten, waterpas te stellen, of twee lichamen sterk tegen elkander aan te drijven.