Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/157

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

149

volkomen tevreden met het verkeer met huns gelijken; zy schroomen avances te doen, die hen naderhand zouden kunnen berouwen; de mevrouwen vreezen dat zy nu en dan voor elkander over hare nieuwe kennissen zouden hebben te blozen, indien zy u en amitié namen, en gy verriedt eens uw nieuwelingschap of volkomene misplaatstheid in de caste waarin gy zijt toegelaten, zonder in hare geheimenissen te zijn ingeleid!... Of korter nog: zy zien niet in, waarom zy juist u in haren ommering zouden opnemen. Maar gyzelve, die gedurig op uw teenen staat om in haar vensters in te kijken, hoe zy haar huis stoffeeren, haar disch arrangeeren en hare bedienden dresseeren: gy die haar plaagt en tart door uw toilet kostbarer te maken dan het hare, die er beurtelings de navolging, de parodie, en de charge van uitstalt; die terwijl gy over den onchristelijken hoogmoed der groote dames klaagt, die de deur sluiten voor eene familie die niet tot haren stand behoort, uw eigen deur op het nachtslot gooit voor familien die wèl tot uwen stand behooren: ik weet niet hoe het komt dat gy deze dwaze eerzucht niet lang hebt afgeschud. Een ordinaris kip is zoo goed als en misschien beter dan een faisante hen, maar zy behoort daarom niet in het hok der goudlakenschen. Zoo zy dan den kippenloop veracht, mag zy alleen gaan zitten onder dezen of genen sparrenboom, en pikken zich in de veêren, en aan de voorbyzwemmende eenden wijsmaken dat haar nicht in den tienden graad ook een faisante hen is. Maar de kippen in den loop hebben te zamen ruim zoo veel genoegen als zy in haar eenigheid, achten elkander, bewonderen elkanders eieren, en kakelen en klokken dat het een lust is. Doch voor u heb ik eene andere vergelijking. Gy zijt als vledermuizen, by de vogelen niet gezien, en de muizen verachtende, die geen ander genoegen hebben dan in het schemeruur wat vertooning te maken met een soort van vleugelen, die haar waarlijk staan als of zy haar niet toekomen.

Het bleek my in dit schemeruur dat de schoone HENRIETTE zich met deze ongelukkige eerzucht pijnigde. Mevrouw kende ik nog niet; maar mijnheer, schoon alles brusqueerende wat groot en hoog was, sprak my veel te veel van adelijke heeren en groote hanzen, dan dat ik hem niet van eene heimelijke jaloezy verdacht zou hebben. In zijn trotsch belijden dat hy een parvenu was, was misschien even veel spijt als oprechtheid.

In den loop van ons gesprek verhaalde HENRIETTE my wonderen van het huis en de paarden en de slaven, die de familie in de West had. Een slaaf voor den zakdoek, een slaaf voor den waaier, een slaaf voor het kerkboek, een slaaf voor den flacon. Zy kwam ook op haar kostschool, en klaagde over de naare Madame, die door al de meisjens gehaat was, en de allerliefste CLEMENTINE zus en zoo, haar beste vriendin, waarmeê zy in alles sympathiseerde." Zy had een onbegrijpelijken zin om in den Haag te wonen, of een reis door Zwitserland te doen; by welke gelegenheid zy liefhebbery toonde om alle bergen te bestijgen, die gewoonlijk niet door dames bestegen worden. Zy vond het onuitstaanbaar dat de men-