178
Papa had aan het diner zich een paar malen onderwonden op te merken dat zijne dochter toch wel wat bleek werd, als er van het concert werd gesproken, iets hetwelk trouwens maar zeer weinig het geval niet was: maar zy wilde ' t volstrekt niet bekennen, en zou er eindelijk zelfs boos om geworden zijn. Na den eten begon men dadelijk toilet te maken, en tegen half zeven kwam de schoone HENRIETTE beneden. Zy droeg een zeer lagen japon van gros de naples, van een zeer licht bruinachtig geel, en had een snoer volkomen gelijke kleine paarlen door haar lokken gevlochten; verder droeg zy geene versierselen hoegenaamd.
Mama KEGGE was veel schitterender. Haar klein hoofd zwoegde onder eene groote toque met een paradijsvogel; een gouden halsketting die het dubbel kon wegen van dengenen dien zy altijd droeg, en waarmede zy geloof ik ook sliep, hing over hare schouders, en haar japon was vooral niet minder dan vúúrrood.
De kleine HANNAH was gelukkig in 't wit, maar lag ook al aan een gouden ketting. De beide jongens zagen er uit als gewoonlijk; maar dat zy ieder een cylinderuurwerk op zak hadden, dat zy geen van beiden konden opwinden, en waarop slechts een van beiden zoo wat half en half kijken kon hoe laat het was, scheen my toe niet overnoodzakelijk te wezen. Trouwens, indien zy er maar gelukkig meê geweest waren, ik had hun die uurwerken qua speelgoed gaarne gegund. Maar zy waren reeds volkomen blasé op het punt van dat moois.
"Benje er niet heel blij meê? vroeg ik aan den oudste.
"Wel neen we!" andwoordde de jongste.
Mijnheer KEGGE wilde volstrekt met slaan van zevenen vertrekken, maar HENRIETTE stond er op dat men niet gaan zou voor kwart óver zevenen.
De charmante kwam nog eens aangedraafd en was charmanter dan ooit. De mouwtjens van den bruinen rok, dien hy droeg, waren nog korter dan van zijn groenen; de overgeslagene manchettes nog polieter en nog meer gesteven; zijne handschoenen nog geeler; zijn vest vertoonde in rood en zwart een schitterend dessein op een reusachtige schaal; hy zett'e zijn lorgnet in den hoek van zijn oog, om een overzicht van HENRIETTE te nemen.
"Om voor te knielen! " riep hy uit. ""Allercharmantst! Mevrouw KEGGE, je hebt eer van je dochter!"
En daarop huppelde hy weder heen om de familie in de zaal op te wachten, en te zorgen dat de plaatsen niet in bezit genomen werden, want het zou "criant" vol zijn!
HENRIETTE liep heen en weer door de kamer, en sprak nu en dan met den papegaai om hare gerustheid te toonen, welke gerustheid niettemin eenigzins werd tegengesproken door een herhaald en ten laatste wel wat overtollig kijken op de pendule, die eindelijk op kwar-