Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/20

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

12

men geheel handeloos en met een instinct om alles nu ook maar stuk te gooien en te breken in de wareld was gekomen! - en dan het paaien met zoetigheid, als men zich juist gisteren te groot is begonnen te voelen voor koekjens tot den prijs van iets anders! - En dan de velerlei beschaamdzettingen, die men ondergaat, omdat iedereen gelooft dat een kind menig ding niet gevoelt, dat hem toch diep gaat! - Waarlijk, waarlijk, men heeft in de maatschappy menig menschenschuw, bloohartig, en zenuwachtig wezen doen opgroeien, alleen omdat men het als kind te jong en te klein voor gevoel van waarde achtte.


Ik spreek niet van het naloopen met hoeden en petten; en van het verschil van gevoelen omtrent het weder, dat tusschen ouders en kinderen dikwijls aanmerkelijk kan uiteenloopen. Ik spreek niet van sommige barbaarsche instellingen, als daar is: dat de jongeren de kleederen van de ouderen moeten afdragen, waardoor het vierde zoontjen een buisjen draagt van den kraagjas van mijnheer zijn oudsten broeder; van welken kraagjas de beide tusschenbroers respectivelijk een jasjen noch met één kraag en een jasjen zònder kraag gehad hebben; - van ellendige spreekwoorden, als orakelen door de ouders aangevoerd, en als verachtelijke paradoxen en sofisteryen door het kroost verwenscht, als b. v. dat de oudsten de wijssten zijn moeten. Ik spreek van al die rampen niet, — want mijn stuk is reeds veel te lang. Mocht het maar sommigen mijner lezers bewegen, om nog kiescher te worden omtrent de jonge harten der kleinen, en nòg oplettender om hun kleine verdrieten te sparen, en groote genoegens onbeknibbeld te laten genieten. De jeugd is heilig; zy moet voorzichtig en eerbiedig behandeld worden; de jeugd is gelukkig, maar men moet zorgen, dat zy zoo min mogelijk deelt in de rampen der samenleving, voor zoo ver zy die in hare jaren kan ondervinden; men moet haar soms kwellen en lastig vallen - tot haar nut! - maar passen wy vooral op, dit niet te overdrijven! Een geheel volgend leven kan geen gedrukte jeugd vergoeden; want welke zaligheid zouden latere jaren te stellen hebben tegenover het verspeelde geluk eener schuldelooze jonkheid?