Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/23

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

15

den geschilden wilgentak in de hand, noodigt u uit. Zijne majesteit geeft audiëntie. Zijne majesteit is voor geld te zien. Zijner majesteit staatsiedame licht het behangsel op. Gy zijt in zijner majesteit onmiddelijke tegenwoordigheid. Geef u de moeite niet bleek te worden; de koning zal u wél ontfangen. Maar voorzichtig! stoot u niet aan dezen — wat is het? een reiskoffer? Vergeef my, het is een écrin vol slangen, arme REUZENslangen! Hier heen! Pas op, die lamp druipt. Stap over dien emmer, vischvijver van den pelikaan, badkuip des ijsbeers! Wy zijn er. Hier, op dit wagenstel, in dit roode hok, zes voet hoog en zes voet diep, ligt hy. Ja, hy is het wel. Ik zweer u dat hy het is. Zijne pooten steken onder tusschen de traliën uit; dat zijn LEEUWENklaauwen. Zijn staart, die geessel! schikt zich naar den rechthoek van zijn verblijf. Hy is slaperig: hy ronkt. Zouden wy hem kunnen doen opstaan? Nero. Nero! — " "Il est défendu de toucher aux animaux, surtout avec des cannes. " " Gevoelt gy al het vernederende dezer afkondiging? Daarin is al zijn weerloosheid. Het zou hem zeer doen. Hebt gy uwe illusiën, heeft de leeuw zijn prestige nog? Zijt gy nog bang voor dien bullebak? Gelooft gy nog aan de schets van zoo even? Zegt gy niet:

"Laat hem komen als hy kan?"

Ontthroonde koning! Gekrompen reus! Zie, hy is voorzichtig in al zijne bewegingen; hy neemt zich in acht, om zijn hoofd niet te stooten, zijn muil niet te bezeeren, zijn staart niet te schenden. Wat onderscheidt hem van eenig tam beest? Wat van dien lagen hyena, die de kerkhoven schoffeert? van dien gevlekten tijger, viervoetige slang, die van achteren aanvalt? van dien wolf, dien een kloek kozak dood geesselt? van dien afschuwelijken mandril, hansworst der verzameling? van al die walgelijke apen, waar zoo vele menschen zich vrolijk meê maken? Altemaal zijn zy opgesloten: de vorst als de knecht, de vorst meer dan allen. Waan niet dat gy hem in zijne natuurlijke grootte ziet. Dit hok maakt hem kleiner: hy is wel een voet gekrompen; zijn gelaat is verouderd. Zijne oogen zijn dof geworden: hy is suf; het is een verloopen leeuw. Zou hy nog klaauwen hebben? Bedroevend schouwspel! Een haspel in een flesch; men weet niet hoe 't mooglijk is dat hy er inkwam! Een ziek soldaat; een grenadier met geweer en wapens, beerenmuts en knevels (foudre de guerre) in een schilderhuis; Simson met afgesneden hair; Napoleon op St. Helena.




Als gy in ' t midden van deze tent staat, tusschen staatsiegordijnen en schoorsteenvallen, en ijzeren tralies, en onderstellen van wagens,