Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/24

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

16

en wilde dieren: als gy uw oog slaat op al die vernederde schepsels — waan niet dat gy leeuwen, dat gy tijgers, dat gy gieren, arenden, hyeenen, beeren ziet. De kinderen der woesteny zouden hunne broederen, zoo zy ze hier zagen, verachten en verloochenen. Berg dat zilveren potlood, steek die portefeuille op, gy teekenaar! Maak hier geene schetsen. Gy hebt geene wilde dieren voor, het zijn er slechts de vervallene overblijfsels van; zy zijn naar ziel en lichaam gekraakt. Hun aart drukt zich niet meer uit. De leeuw stierf in den leeuw de tijger is dood in den tijger. Uw teekening zou zijn als een portret naar een lijk ontworpen. Gy kunt even zoo goed een petit maitre onzer eeuw tot model voor een zijner germaansche vaderen stellen, of een mummie afbeelden, en zeggen: dat is een egyptenaar! Naauwelijks kunt gy hunne vormen, hunne omtrekken, hunne evenredigheden zien of berekenen onder de slagschaduwen dezer vierkante kooien. Wat zoudt gy naar het eigenaardige van hunne houding kunnen raden? Ze zijn hier als planten in een kelder; zy verkwijnen; zy zijn in een droevige apathie, eene nare lethargie verzonken. Zy sterven sints maanden. Het licht hindert hen. Zy zien er dom, verstompt uit. Dans la nature ils sont beaucoup moins bêtes.

"Stil," zegt gy, "zie daar den eigenaar. Hoor hoe zy brullen. Zy zullen gevoed worden." Het souper der wilde dieren. Smartende bespotting! Het souper! De cippier zal elk dezer staatsgevangenen zijne afgepaste portie komen toedeelen. "Ja, maar hy zal ze tergen, en een oogenblik zult gy ze in hun kracht zien." Wee onzer, zoo dat waar is! Neen, het is eene tooneelvertooning. Zy worden tot acteurs vernederd. Hun woede is die van een operaheld, van een beleedigden vader in den vaudeville. Het is namaaksel. Het is een woede van klokke halfacht. Het rammelen der boeien, als de gevangene opstaat om zijn brood en water aan te nemen. Ook in het gebrul des leeuws, het gehuil der wolven en het lachen der hyena's is een pectus quod disertum facit. Waan niet dat zy zich verwaardigen zouden hun verschrikkelijke welsprekendheid aan dien knecht te verkwisten, die toch eindigen moet met hun het afgewogen stuk vleesch in den bek te steken.

Hun souper! o Zoo zy konden, zy zouden van dit behulpelijk, bekrompen genadebrood appeleeren tot hun avondmaal in de woestijn! Weekelingen, die uw brood bakt en uw vleesch kookt om het te kunnen verduwen! zoo gy genoodigd werdt dien maaltijd aan te zien, hoe zy de rookende spieren van de breede knoken aftrekken, en er zich met al het aplomb, al de energie hunner bewegingen op storten, brullende van genoegen, niet omdat zy eten, maar omdat zy slachten, hoe zouden u de hairen te berge rijzen, hoe zou vleeschhouwer en uitdeeler, hoe het geheele heir geabonneerden rillen en beven!