254
antipathien gescheiden, en alle sympathien gepaard worden; en wel zoo, dat gy daarby eene evenredige hulde aan ieders achtbaarheid en jaren brengt; en wel zoo, dat de jonge meisjens niet te hoog, en de oude vrijsters niet te laag zitten; en wel zoo, dat gy een geanimeerd discours verwachten kunt; en wel zoo, dat de rij bont, immers zoo bont mogelijk, zij! En als gy aan alle deze zoo zeer vervlochtene en verwikkelde (het woord dateert van 1830) verplichtingen poogt te voldoen, en met de grootste naauwgezetheid altijd het lichtere aan het zwaardere hebt opgeofferd, dan komt de een of andere gast, indien niet uw eigen zoon of echtgenoot, die uw schikking allerdolst vindt, en zich over zijne plaats beklaagt. De roekelooze weet niet wat hy zegt! Dat hy eene andere schikking voorstelle, en hy zal zien hoe alles in de war loopt! Maar hy zegt het niettemin, dat is, hy overlegt het in zijn harte, en mokt en mort in stilte. Beklaagde hy zich nog maar alijd overluid, uwe verandwoording zou hem doen verstommen; maar neen, hy houdt zich overtuigd van uwe verkeerde bedoelingen, van uwe hatelijkheid, van uw lust om hem te krenken, te grieven, naar het hart te steken, en neemt die overtuiging met zich in het graf. De ondankbare! Hy wist niet voor welke jammeren gy hem bewaard hadt!
Voor GERRITS moeder was de schikking byzonder moeielijk geweest, door de omstandigheid dat het getal harer gasten oneven, en er een overscharige heer was. Noodwendig moesten er dus ergens twee heeren naast elkander zitten; de een moest natuurlijk haar zoon zijn, en de ander... de heer WAGESTERT, zult gy mogelijk zeggen, die toch een vrouwenhater is? Dit zou ondertusschen een heel domme raad van u zijn, mijn lezer! Want het was juist daarom dat de heer WAGESTERT in alle gezelschappen tusschen twee dames geplaatst was, en alle mevrouwen zich dat genoegen betwistten; want wat is voor mevrouwen piquanter dan het gezelschap van een vrouwenhater? De heer WAGESTERT zat alzoo tusschen mevrouw WITSE zelve en mevrouw VAN HOEL. Maar het was niet dit, wat GERRIT zoo verschrikkelijk ergerde. Evenmin dat mevrouw VERNOOY in het midden van den vriendenkring zat, tusschen den heer VAN HOEL en zijn vader, en zulks als een pareltjen in 't goud; als zy nederig aanmerkte. Maar dat hy aan 't lager end van de tafel, vlak tegen hem over, zien moest de personaadje van HATELING, geplaatst.... naast zijne moeder, zoo ver goed! maar ter andere zijde naast KLAARTJEN, die aan zijns vaders andere hand gezeten was; dat was een ding, hetwelk hy mama niet vergeven konde, al had zy hem ook de drukke mevrouw STORK toebedeeld aan zijn rechter, en den hartelijken mijnheer VERNOOY aan zijn linkerhand; want omdat de laatste de goedigste was, was hem het lot te beurt gevallen, geene andere dame te hebben dan mevrouw VAN HOEL, die ook, om de waarheid te zeggen, wel voor twee dames door kon gaan. Het diner begon met dat geheimzinnige conticuere omnes, waarmede alle diners aanvangen; de soep werd met stomme aandacht gegeten, alleen