Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/37

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

29

kleuren; met al de pracht van vederen, shawls, parasols, mantilla's, amazones, koetsiers, rijtuigen en rijpaarden. Ik had het ongeluk gehad NURKS te voorspellen, dat hy een nieuwen brillanten equipage zien zou. Hy kreeg dien zoodra niet in het oog, of hy vroeg my ongeduldig: "Wanneer komt nu die mooie equipage, waar je van gesproken hebt?"

En zoo was het telkens, tot groote ergernis van BOERHAVE, die evenwel nog al aardig vrijliep, maar wiens horlogesnoer ijsselijk door NURKS gefixeerd werd, zoodat hy alle oogenblikken dacht dat er iets op komen zou, en eindelijk dan ook zijn rok maar toeknoopte. Ik herinner my nog slechts twee onaangenaamheden, die NURKS mijn goeden medicus deed doorstaan, doch die even als de aangehaalde zich ook alleen by het fysionomisch hatelijke bepaalden. De eene was deze. Wy spraken over de ongelukken die men met zwemmen kan krijgen. Op een warmen zomerschen dag is 't een wellust om over water te handelen. BOERHAVE verhaalde een treffend geval van schitterende zelfopoffering in een zwemmer, buitengewoon genoeg om al de eerepenningen der Maatschappy tot Nut enz. te verdienen, indien deze 't niet tot regel gesteld had, alleen dezulken te beloonen die niet zwemmen kunnen; maar althands buitengewoon genoeg om een steenen hart te doen ontgloeien. NURKS evenwel hoorde het met de volmaaktste onverschilligheid aan: en nam zelfs onder 't verhaal allerlei byzaken waar. Nu eens, byvoorbeeld, scheen hy zich met de borst toe te leggen op het vormen van kunstige kringen van tabaksrook; dan weder blies hy, volmaakt in de houding van iemand die volstrekt niet anders te doen heeft, de cigaarasch van zijn knie, en zelfs van de tafel; dan weder scheen hy al zijn aandacht en belangstelling te wijden aan zijn nog altijd ziekelijken halsboord, die nog telkens aanvallen van flauwte had; welke veelzijdigheid van oefening mijn opgewonden vriend, die van enthusiasmus gloeide, op den duur weinig streelde. Hy trof het even ongelukkig met het verhalen eener splinternieuwe anecdote van drie leidenaars, waarom ik met mijn heele familie den vorigen avond tot schreiens toe gelachen had, met groot gevaar van in ons warm brood te stikken; maar die totaal schipbreuk leed ор de stalen onbuigzaamheid van mijn heer en neef, die ditmaal in een ander uiterste viel, en zeer geduldig en ingespannen zat te luisteren, ja zelfs zoo geduldig en ingespannen, dat het hem scheen te treffen dat het verhaal waarlijk uit was, en hy nog altijd op het slot en de aardigheid zat te wachten, die, indien men zijn gezicht had willen gelooven, nog immer komen moest. My is niettemin van goederhund verzekerd, dat opgemelde neef en de edelmoedige menschenredding èn het geval der drie leidenaars, nog dienzelfden avond, met zichtbare blijken van zelfbehagen heeft medegedeeld op de diligence; gelijk hy ze ook beiden des anderen daags wist te pas te