Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/80

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

72

noegen van dien avond te veel had bygedragen, om nog iets van een van hare leden te vergen.

Het avondtjen liep verder vrolijk en gezellig af; en nadat al de dames en de beide heeren mijnheer en juffrouw STASTOK bedankt hadden "voor de vrindelijke receptie," en PIETER "Voor zijn aangenaam gezelschap;" en nadat mijnheer en mejuffrouw STASTOK plechtig hadden beloofd: "hun schâ eens te zullen komen inhalen;" en nadat de beide heeren elkanders hocden hadden opgehad, en tante met eigen hand al de dames, behalve KOOSJEN, wie ik niet kon nalaten zelf hierin by te staan, aan haar mantel had geholpen, en naar verkiezing er de kraagjens boven overheen gehaald, of, "alles er alsjeblieft maar order," gelaten had, ging men omstreeks half twaalf, recht van elkander tevreden, uiteen; en schoot er voor niemand eenig genoegen meer over dan voor de meid, die op eene nonchalante wijze zich de kwartjens liet welgevallen, die zy by 't weggaan der gasten schijnbaar toevallig in haar hand voelde vallen.

Oom had slaap, al zei hy 't zelf. Heeremijntijd! wat had mijn tante 't nog druk. Waaratje was knorrig. Onder zulke omstandigheden ging ik naar bed.

 

Pieter is waaratje verliefd, en hoe wy uit spelevaren gaan.


De knorrigheid waarmeê PIETER was te bed gegaan, was my in 't geheel geen raadsel geweest. Men heeft opgemerkt dat hy den geheelen avond niet by uitstek veel gesproken heeft, terwijl hy anders onder zijn vaders vrienden praats en pedanterie genoeg had. Maar twee kleine omstandigheden hadden hem gehinderd en belemmerd, te weten: liefde en haat. Het was my namelijk volstrekt niet ontgaan dat hy gedurig stille blikken had geworpen in het witte halsjen van KOOSJEN, en zeker openlijke blikken in haar gelaat had willen werpen, zoo hy het had durven wagen een geregeld gesprek met haar aan te knoopen. Verder was het my niet moeielijk gevallen te ontdekken hoe de goedkeuring hem gehinderd had, die de schoone verzen van VICTOR (hoe middelmatig en ongeregeld ook vertaald, en slechtweg voortgedragen) by haar hadden ontmoet; en hoe hy my èn de vrijmoedigheid, waarmee ik my daarna met haar in gesprek had begeven, èn de vriendelijke lachjens die my by die gelegenheid waren te beurt gevallen, had benijd. Hy had zich van dezen avond voor zijn verliefd hart, geloof ik, heel veel voorgesteld; maar KOOSJEN was vertrokken zoo als zy gekomen was, zonder dat hy haar één zoet woordtjen had toegevoegd, ten zij dan "hou je nog al van evenveeltjens?" Hy had er op den duur "in gezeten;" hy had tegenover zijn eigen voornemens, en tegenover wat hy voor zijn hartstocht hield een mal figuur gemaakt; wat wonder zoo hy uit zijn humeur geraakt was?