Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/90

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

82

Zelfde stilte.

"Is dat je jongste zusjen?"

Stilte als des grafs.

AMELIE zag dat zy met deze arkadische kleinen niet vorderde, haalde de schouders op, en zweeg.

"Onze zeug het ebigd," zei het meisjen op eens uit zichzelve.

"Wat zegt het schepseltjen?" vroeg my AMELIE, Voor wie deze inlichting volkomen onverstaanbaar was.

"Zy zegt iets dat haar zeker hoog op 't hart ligt, juffrouw VAN BRAMMEN," zei ik. "Ze vertelt dat het wijfjensvarken...in de kraam is gekomen."

AMELIE kreeg een kleur, voor zoo ver haar vel daartoe in staat was.

"Ze zijn in de boetf[1]," zei de kleine jongen, zich oprichtende en een paardebloem plukkende, waarmee hy herhaalde malen op den grond tikte; "Veertien."

Ik stelde AMELIE voor de kraamvrouw te gaan zien; want ik vond het piquant een sentimenteel meisjen in een boerenloots by eene zeug met veertien biggen te brengen.

Maar zy had er geen zin in, en scheen eenigzins gebelgd over het voorstel.

De schommelaars kwamen weerom, met kleuren als boeien.

"Hè," zei CHRISTIEN, haar voorhoofd afvegende, "dat 's prettig geweest; maar DOLF had ons byna laten vallen. Het ging dol hoog."

PIETER had niet meê geschommeld; zijne beblaarde handen hadden hem niet toegelaten de touwenvast te houden; DOLF en KOOSJEN hadden neus aan neus op het plankjen gestaan, en hy had het genoegen gehad ze op te geven.

Toen de dames een weinigjen waren uitgerust, stelde ik voor weer aan boord te gaan, om zoo spoedig mogelijk naar de kom te roeien, waar wy zouden drijven, drinken, en dweepen. DOLF moest op de achterste roeibank, ik op de voorste, en PIETER, met zijne beblaarde handen, aan 't roer.

CHRISTIEN, die door 't schommelen door 't dolle heen geraakt was, had een razende lust om te gaan wiegelen; maar de gebeden van KOOSJEN en de zenuwachtige gillen van AMELIE weerhielden haar; en daar DOLF een goed roeier was en ferm slag hield, waren wy al heel spoedig naby de kom der genoegelijkheden. Reeds haalde ik de riemen in, en liet DOLF alleen nog maar met de zijne spelen; reeds gaf ik mijne aanwijzingen aan PIETER hoe hy het roer moest wenden om de kom in te draaien; toen de liefderijke AMELIE eensklaps aan den rechter oever een plantjen of zes bloeiende vergeetmynieten in 't oog kreeg, en uitriep:

"Och mijn lieve mijnheer STASTOK, wil je me een groot plaisir doen, "stuur dan reis even naar die vergeetmynieten; ik ben dol op vergeetmynieten!"

Haar wensch geschiedde, en wy waren oogenblikkelijk by het hemels

  1. Eene kleine schuur, ook tot berging van gereedschap, enz. bestemd.