Naar inhoud springen

Pagina:Hildebrand, Camera obscura (6e druk 1864).pdf/93

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

85

mynietjens aan haar boezem en den guitaar met het lichtblaauwe lint op de knie, er menigeen voortbracht; en ik was juist in deze bespiegeling verdiept, toen zy met lange uithalen een zeer teder aveu d'amour eindigde, met de dubbele herhaling van den laatsten regel, en die gedurig lager en doffer werd:

Zum kühles Grab,
Zum kühles Grab,
Zum kühles Grab,

tot dat haar stem op eens weer zeer hoog uitschoot, met dezelfde woorden:

Zum kühles Grab!

toen het lied werd afgewisseld door eene goede, ronde, vrolijke boerinnenstem, die van buiten kwam met het liedtjen:

Klompertjen en zijn wijfjen,
Die zouen vroeg opstaan,
Om eiertjens te verkoopen
En naar de markt te gaan.

Ze waren halleverwegen,
Halleverwegen den dijk,
Daar braken al haar eiertjens,
En 't bottertjen viel in 't slijk.

Het speet er niet om de eiertjens,
Maar om er mooien doek,
Die ze gisteren nog gemaakt had
Van Klompertjens besten broek.

"Dat's een weergaasch aardig liedtjen," zei DOLF het venster openstootende, en de dikke boerenmeid aansprekende, die hare purperen armen, als ROTGANS het uitdrukt, in de rookende waschtobbe stak, en het liedtjen van Klompertjen waarschijnlijk gezongen had; "dat 's een weergansch mooi liedtjen, TRIJNTJEN!"

"Ik hiet geen TRIJNTJEN!" zei de meid, schalk omkijkende.

"Hoe hietje dan?" riep DOLF, die 't maar te doen was om een naam.

"Dat weet me moeder wel, hoor!" zei de meid, lachende en eene rij van de witste tanden zien latende, die ooit een boerinnenmond versierd hebben.

"Ken je meer zulke liedtjens, zoete!" zei DOLF. - "Loop," zei de boerenmeid, wier naam haar moeder wel wist — ik heb niet zongen; wat verbeel jy je wel!"

"Dat raam tocht vreesselijk," merkte AMELIE, wie deze samenspraak om duizend redenen weinig beviel, aan. Maar naauwelijks was het raam toe, en had DOLF nog eens ingeschonken, of er klonk een nog vrolijker liedtjen uit den mond der frissche deerne; en wy luisterden allen.

Dans, nonneken, dans!
Dan zal ik je geven een muts.